Interview Johan Klein Haneveld

interview-johan-klein-haneveld

Als kind schreef auteur Johan Klein Haneveld al verhalen en mocht zelfs zijn zelfgeschreven bundel op zijn literatuurlijst van school zetten. Even stopte hij met schrijven, om daarna verder te gaan en niet meer te stoppen. Zelf is de auteur een fan van, fantasy en sciencefiction en is graag bezig met zijn aquariumhobby. Mar wat zegt de auteur zelf over zijn schrijfwerk en wat kunnen we in de toekomst nog verwachten van hem? Tijd voor een interview met Johan Klein Haneveld.

Wie is Johan Klein Haneveld, de schrijver achter De Krakenvorst deel 2 – Kartaalmon?
Ik ben een gepassioneerde liefhebber van aquariums, films, stripverhalen en koffie. Ook over dinosauriërs, sterrenkunde en Midden-Aarde kun je met mij geanimeerde gesprekken voeren. Ik noem mezelf daarom voor de grap wel eens een ‘geekus universalis’, want ik ben over zoveel verschillende dingen enthousiast. Je vindt mij daarom regelmatig in de dierentuin (ik heb een abonnement voor Blijdorp) of op comic cons en fantasyfestivals (Castlefest is mijn favoriet). Ik schrijf essays voor fantasywebsite Fantasize, draag recensies bij aan het tijdschrift Fantastische Vertellingen en publiceer korte verhalen en romans. Om geld te verdienen werk ik als eindredacteur bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Met mijn vrouw woon in in Delft, een inspirerende stad met een rijke geschiedenis.

In 2001 kwam je eerste boek Neptunus uit, hoe ben je er toe gekomen om boeken te gaan schrijven?
Mijn eerste eigen boek schreef ik toen ik een jaar of acht was, dat ging onder andere over dinosauriërs. Ik heb het schrift waar het in staat nog steeds, net als de verhalen die ik schreef omdat ik vond dat we te weinig opdrachten voor opstellen kregen. Toen ik twaalf of dertien was vroeg een vriend me samen een boek te schrijven. We zouden om de beurt een pagina aanleveren, maar hij stopte na twee hoofdstukken. Ik had de smaak te pakken en ging in mijn eentje door. Het werd een serie, getiteld: ‘De avonturen van Joost, Cliff en Yoko’. Als fan van de SF-boeken van Asimov en Clarke waagde ik me ook aan het schrijven van korte verhalen. Mijn uitgetypte bundel ‘De Sprinkhanen’ mocht ik van mijn leraar Nederlands op mijn literatuurlijst zetten. Tijdens mij studie Biomedische Wetenschappen stopte ik met schrijven. Ik was namelijk door mijn religieuze opvoeding ervan overtuigd geraakt dat verbeelding iets slechts was. Mede daardoor raakte ik in mijn laatste studiejaar overspannen. Een docente suggereerde me dat ik in plaats van alleen maar te doen wat ik vond dat ik moest doen, wat ik had ingepland, maar eens moest kijken wat ik eigenlijk graag wilde. En – je raadt het – dat was schrijven. Ik begon toen aan ‘Neptunus’ en was er heel erg trots op dat ik daar uiteindelijk een uitgever voor vond!

Kartaalmon is het vervolg op Keruga, wat ligt jou meer, een geheel nieuw verhaal of een volgend deel schrijven?
Ik heb ‘De Krakenvorst’-duologie als één enkel verhaal verzonnen. Het was alleen te lang om in één boek te passen. Ik krijg ideeën voor korte verhalen en soms voor langere verhalen. Een goed idee voor een echte serie heb ik sinds ik tiener was niet gekregen. Ik denk dat ik er tegenwoordig ook niet meer de tijd en aandacht voor zou hebben. Jarenlang bezig zijn met een enkele wereld en een paar personages, mijn fantasie zou tussendoor al snel weer met heel andere onderwerpen aan de gang gaan.

Werd je al schrijvend een bepaalde richting in geduwd of had je voordat je begon al een duidelijke opzet in je hoofd?
Een tijd lang las ik voornamelijk fantasyboeken, bijvoorbeeld van Tad Williams, Stephen Donaldson en mijn toenmalige favoriet Stephen Lawhead. Het verlangen groeide om zelf ook een fantasyverhaal te schrijven. In een van de boeken van Lawhead schreef hij over oude rassen naast de mensen, met soms bijzondere talenten. In het slot van die trilogie speelden die echter geen enkele rol meer. Dat vond ik een verspilde kans. Ik had ook altijd al een verhaal willen schrijven over een reuzeninktvis en ik had als tiener een eigen land bedacht, Kartaalmonland, met een hele geschiedenis, compleet met landkaarten. Die gebruikte ik als inspiratie voor een fantasywereld. Ik schreef de hele opzet van mijn verhaal uit in de zomer van 2001. Alle belangrijke elementen uit het verhaal zaten daar al in. Toen ik drie hoofdstukken had geschreven, leek mijn inspiratie echter op te drogen. Ik moest eerst nog aan mezelf werken, realiseer ik me nu. In 2012 nam ik na een ziekteperiode de keuze om me weer op mijn schrijven te storten. Het verhaal waar ik het eerst mee verderging was ‘De krakenvorst’. Tijdens het schrijven veranderden er wel een paar kleine zaken want ik had nog niet elk detail uitgedacht, maar in grote lijnen is het nog steeds wat ik al in 2001 in mijn hoofd had.

Kun je ons iets vertellen over de andere boeken uit de serie, gaat het verhaal bijvoorbeeld verder of zijn de delen los van elkaar te lezen?
Ik heb voorin ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ wel een stukje geplaatst over wat eraan vooraf ging, maar ik denk dat een lezer die hier begint heel wat mist. ‘Boek 1: Keruga’ laat je kennismaken met de drie hoofdpersonen en hun worstelingen en leert je de wereld van Kartaalmon beter kennen. Het tweede boek sluit daar bijna naadloos op aan en werkt toe naar een spannende ontknoping.

Is met Kartaalmon de serie nu compleet of komt er wellicht een derde deel in De Krakenvorst serie?
Het verhaal dat ik in ‘De Krakenvorst’ wilde vertellen is met ‘Boek 2: Kartaalmon’ ten einde gekomen. Het tweeluik is compleet. Maar ik draag de wereld van Kartaalmonland al sinds mijn tienerjaren met me mee en bovendien ben ik gehecht geraakt aan de Hirita, de Fanarg en de ander oude volken en hun avonturen. Voor mezelf heb ik daarom wel wat openingen overgehouden om, als de inspiratie er is, nog een volgend tweeluik te schrijven dat zich in deze wereld afspeelt. Ik heb ook al wel een idee welke richting dat verhaal kan opgaan. Maar eerst komen er nog een paar andere verhalen.

Heb je al reacties ontvangen, bijvoorbeeld van mensen die het eerste deel, De Krakenvorst, ook hebben gelezen?
De eerste reacties op Kartaalmon waren positief. De meeste mensen vinden het spannender dan Keruga, het eerste deel van ‘De Krakenvorst’. Dat was ook de opzet: de schaal van de confrontaties neemt steeds verder toe en de hoofdpersonen groeien ook steeds verder in hun rol. Ook kom je in dit boek meer te weten over de geschiedenis van de wereld van Kartaalmon. Ik vind het zelf heel gaaf dat meerdere mensen vinden dat ik vlot schrijf en dat ze door mijn beschrijvingen de omgeving helemaal voor zich zien. Ik ben een natuurliefhebber en dat zie je terug in mijn boek. Ook dat lezers de actiescènes zo geslaagd vinden, is een mooi compliment. Trots was ik op een recensent die zei: ‘Als het over godsdienst gaat hebben de personages verfrissend diverse stemmen. Aangezien dit in Nederlandse fantasy redelijk zeldzaam is, was ik daar best opgetogen over.’

Waar kies je zelf voor als lezer zijnde, ga je dan ook voor een fantasyroman of kies je dan juist voor iets uit een heel ander genre?
Ik ben fantasy gaan schrijven omdat ik het zo graag las en nog steeds pak ik graag een fantasyroman uit de kast. Laatst heb ik de volledige serie over het Malazaanse rijk van Steven Erikson bijvoorbeeld herlezen. Ik ben daarnaast fan van China Mieville en van Patrick Rothfuss en wacht met spanning op het derde deel van zijn serie. Verder ben ik groot liefhebber van het sciencefictiongenre. De laatste jaren ben ik dat weer meer gaan lezen dan fantasy. Ik probeer de verhalenbundels uit de reeks ‘The mammoth book of best new SF’ te volgen en hou van de boeken van bijvoorbeeld Kim Stanley Robinson, Stephen Baxter en Alastair Reynolds. Af en toe wil ik ook nog wel eens een literaire klassieker ter hand nemen, zoals boeken van Dostoyevski en Victor Hugo, maar daarna keer ik altijd snel weer terug naar mijn geliefde genres. De laatste tijd lees ik tussendoor ook Nederlandse schrijvers, zoals Tais Teng, Sophia Drenth en Jaap Boekestein. De bundels uit de Ganymedesreeks zijn ook aan te raden, trouwens, voor wie een beeld wil krijgen van Nederlandstalige auteurs op SF- en fantasygebied.

Ben je naast het schrijven nog actief met andere bezigheden en kun je ons hierover iets vertellen?
Ik ben vanaf mijn tiende in de ban van de aquariumhobby. Ondertussen staan er bij ons thuis vier bakken, met onder andere maanvissen, een mesvis en een wimpelaal, waaierhandgarnalen, dwergklauwkikkers en een muskusschildpad (natuurlijk in verschillende aquaria). Ik zoek nog naar plek voor een vijfde bak speciaal voor garnalen. We hebben ook een dwerghamster, Dipper, waar mijn vrouw en ik heel dol op zijn. Bezoeken aan de bioscoop, de dierentuin, musea en boekwinkels staan vaak op het programma. Ik mag daarnaast graag af en toe een computerspel spelen, maar meestal heb ik er weinig tijd voor. ‘Mass Effect’ vond ik een geweldige serie.

Tot slot, wat kunnen wij van jou in de toekomst nog meer verwachten.
In 2018 komen er van mij drie boeken uit. Een boekje met twee verhalen bij St. Fantastische Vertellingen, ‘Mieren en sprinkhanen’, mijn tweede SF-verhalenbundel ‘Het teken in de lucht’ bij Godijn Publishing, en bij Macc mijn SF-roman ‘De afvallige ster’ die harde SF over Dysonbollen, collectieve bewustzijnsvormen en buitenaardsen combineert met persoonlijke thema’s als pesten en omgaan met veeleisende ouders. Ik mag in 2019 het vijfde deel van de Castlefestkronieken opleveren en ik hoop dan ook nog een dichtbundel te publiceren. Afgelopen week ben ik begonnen met het schrijven van ‘De groene toren’, een dystopische SF-roman. Als tiener had ik eens een verhaal met die titel geschreven dat ik in een vlaag van godsdienstwaanzin had weggegooid – dus nu schrijf ik er een nieuwe versie van. En ik heb nog een mooi idee voor een Young Adult SF roman, waar ik volgend jaar aan hoop te kunnen werken. Verder staan er de komende maanden nog een heel aantal bundels en tijdschriften aan te komen waar verhalen van mij in verschijnen.

Kijk voor meer informatie over Johan Klein Haneveld op zijn website , Facebook , Twitter , Goodreads en Hebban

written by

Leave a Reply