Lowie van Gorp

Op 21 februari 2012 is de recensie van KanjerGuusje – “Mijn leven is van mij” op Banger Sisters geplaatst. Het heeft even geduurd, maar het is zover. Jullie kunnen genieten van een interview met de schrijver van het boek dat over zijn dochter gaat. Lowie van Gorp komt, voordat hij een lezing gaat houden in Meppel, eerst langs in Zwolle voor het interview.


Lowie, bedankt dat je de tijd hebt gevonden om langs te komen. Vertel, wie is Lowie van Gorp nou eigenlijk?
Ik ben in eerste instantie natuurlijk vader van zes kinderen, waarbij het is overkomen dat één van zijn dochters ziek werd. Daarnaast had ik altijd het gevoel dat ik alles in de hand had, omdat ook altijd alles lukte. Veranderde ik van baan, dan lukte dat in no time.
Op het moment dat het gebeurde met Guusje, was ik alle regie in mijn leven kwijt. Je bent door wat er gebeurd helemaal niet meer ‘in control’, alles behalve zelfs. We gingen van het ene naar het andere. Dus ja, die schijnzekerheid – dat gevoel dat geluk vanzelfsprekend was – dat was in één klap teniet gedaan.

Ik kan me er een kleine voorstelling van maken hoe het gevoeld moet hebben toen jullie het bericht hoorden dat Guusje ziek was. Wat ging er precies door je hoofd heen na het slechte nieuws?
We kregen de mededeling, zo begint het boek ook. Het was als een donderslag bij heldere hemel. Alsof de lucht strakblauw was, niks aan het handje. We liepen ook nog heel vrolijk mee naar de spreekkamer, waar nog twee andere artsen zaten. Zelfs toen dachten wij alleen nog maar: Het zal wel gecompliceerd liggen. Misschien een bloedvat dat om haar luchtpijpje zat, want er was al verteld dat haar luchtpijp geen rondje was, maar een oogje.
En toen zei de arts het in één keer – en dat deden ze heel goed, want slecht nieuws moet je niet verbloemen, gewoon to the point zeggen en er niet omheen draaien – dat er op de CT-scan een grote tumor te zien was in de linkerlong en plekjes in de rechterlong. En daarna was het stil. Om het even bij ons te laten bezinken. Ik had voor het eerst in mijn leven het gevoel alsof ik in een slechte B-film beland was.
Toen zei de arts ook nog: ‘En u gaat morgen naar het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam en voor u hebben we een kamer gereserveerd in het Ronald Mc Donaldhuis’. Ik weet nog goed dat ik dacht: Wie ben jij, dat jij denkt dat jij voor mij een kamer moet reserveren in het Ronald Mc Donaldhuis!
De ondertitel van het boek is: ‘Mijn leven is van mij”, maar op dat moment was mijn leven niet meer van mij. Alleen besefte ik mij dat nog niet, dat moest nog landen.

Je beschrijft in je boek wat een doorzetter Guusje eigenlijk was. Hoe was zij er zelf onder?
Dat is voor mij altijd de grote vraag geweest. Wat gaat er in dat koppie om? Ook bedenkend dat zij een kind is (voorbeeld: snel kunnen schakelen tussen ruzie en blijdschap). Ik denk dat zij wel dondersgoed in de gaten had wat er aan de hand was, maar dat zij dat op een kinderlijke manier ook wel ontkende. ‘Ik ben niet ziek, ik ga niet in bed liggen, ik zit altijd in de stoel naast het bed’ enzovoorts.
Zo heb ik op een dag ook een kleine ruzie met haar gehad. Dat ik zei: ‘Maar je kan niet naar school, zie nu hoe je erbij zit op de bank en je hebt zo’n pijn…’ en dat zij dan zei: ‘Maar ik kan beter pijn hebben op school dan hier thuis op de bank’. Dus daar kon ik het dan mee doen.
Ik zie natuurlijk een heel wit meisje zitten dat heel ziek is, maar zij had zoiets van: ik ga lekker door!

Je blog is goed bezocht (en nog steeds). Wat voor gevoel geeft dat? Denk je dat je veel mensen met je blog hebt kunnen helpen?
Ja, ik denk wel dat de mensen dan het gevoel hebben dat ze niet alleen staan. Ikzelf heb dit ook gehad door blogs te lezen van andere mensen die in deze situatie zitten of hebben gezeten.
Ik heb ook een foto op mijn blog staan dat er ineens dames voor de deur stonden die zeiden: ‘Zo, wij gaan de boel even doen hier, zoals strijken, ramen lappen enzovoorts’. En omdat het er zoveel waren, was het ook nog eens gezellig. Op deze manier vergeet je alles heel eventjes. En het is allemaal weer lekker schoon! Wij kwamen daar gewoonweg niet aan toe, omdat wij steeds heen en weer moesten rijden tussen Kaatsheuvel en Amsterdam.

Guusje heeft zelf gekozen wanneer ze ging. Hoe hebben jij en je vrouw Yvonne, en uiteraard niet te vergeten jullie andere vijf kids de kracht gevonden om verder te gaan na de dood van Guusje?
Dat is een heel lang proces. Als ik dan naar de kern ga van het antwoord, dan komt dat van Yvonne. Die hoorde vaak: ‘Je wilt wel door, we hebben nog meer kinderen.’ En ook nog: ‘Dat had Guusje niet gewild’. Op een gegeven moment zei zij ‘Omdat ik het zélf wil!’
Iedereen rouwt op de manier zoals hij is, volgens zijn eigen karakter. De een kan het niet uit zijn hoofd zetten, de ander kan dat wat makkelijker. De een heeft een rouwtherapeut nodig, de ander weer niet.
Het is wel zo, dat bijvoorbeeld Hans een hele mooie uitspraak heeft gedaan, nog niet zo lang geleden. Hij zei: ‘Soms doen mensen net alsof het gevaarlijk is, dat ik aan Guusje denk.’ Er word altijd gezegd dat je afleiding moét hebben, terwijl dat niet zo is. Hij zal ook geen rouwtherapeut nodig hebben. Maar zijn zus Lisa heeft deze gesprekken wel nodig.

Als ik kijk naar de foto’s van Guusje op je weblog, maar ook in het boek, zie ik een heel mooi meisje. Een krachtig meisje, dat overal voor wilde gaan. Een meisje dat vele dromen had. Wat was karakteristiek écht Guusje?
Ik wil haar nooit op een voetstuk zetten en met zulke uitspraken ga ik dat vast doen. Maar ik heb dus zes verschillende kinderen die allerlei verschillende opleidingen doen; de een zit op de havo, de ander doet de mavo. Mijn kinderen zijn van alle markten thuis.
Maar als ik dan toch wat moet noemen wat haar kenmerkte, was het toch wel haar enorme intelligentie, wat bleek uit haar cito’s. Dat betekent natuurlijk wel dat zij heel veel van wat er in het ziekenhuis afspeelde ook écht begreep. Dat is denk ik ook haar karakter, zij leek heel veel op Janneke. Eigenzinnig, weinig aantrekkend van wat anderen van haar vonden. Geen prinsessenmeisje, maar meer een meisje dat hield van het wereldje van Paul van Loon. Ze was gek op zijn boeken en deze passie deelde ze met verpleegkundige Marinka.
Ze hield ervan om lekker buiten te spelen. Ze was absoluut geen binnenkind.

De opbrengst van het boek KanjerGuusje – “Mijn leven is van mij” gaat naar Stichting KanjerGuusje. Wat doet deze stichting precies?
De stichting moet een doelstelling hebben en dat is het ondersteunen van de zorg voor kinderen met kanker en hun naasten. Ik leg het meestal heel simpel uit. Kika bijvoorbeeld, die is er voor de onderzoeken van het bestrijden van kinderkanker. Stichting KanjerGuusje heeft als doel om de zorg te verbeteren. Wij steunen door bijvoorbeeld een dagje uit aan te bieden aan kinderen. Dit doen we via het mentorprogramma in samenwerking met Vereniging Ouders Kinderen en Kanker. Daarnaast ondersteunen we het Emma Kinderatelier wat heel erg bekend is. Wij betalen voor hen alle materialen die ze nodig hebben, we hebben voor drie jaar lang getekend om dit te doen. We hebben al een keer speelgoed geschonken. Kampen voor kinderen met kanker. En we zijn nog altijd op zoek naar goede initiatieven die wij kunnen ondersteunen die voor de verbetering van de zorg staan.
(Voor meer informatie kijk op: http://www.stichtingkanjerguusje.nl, red.)

Je geeft regelmatig lezingen. Sterker nog, vanavond ga je naar Meppel om bij Yarden een lezing te geven. Wat kunnen mensen verwachten bij deze lezingen?
Dan hoop ik dat ze na het horen van mijn verhaal handvatten hebben gekregen voor als er een gezin in de buurt is met een ziek kind of een overleden kind. Dat ze dan naar buiten gaan en dan door middel van die handvatten zeggen: ‘Dat kan ik voor deze mensen betekenen’. Mensen willen vaak anderen helpen, maar weten niet goed hoe. En ik hoop met deze lezingen voor elkaar te krijgen dat mensen dat wel weten.

Is er verder nog iets wat je zou willen zeggen tegen ouders van zieke kinderen?
Probeer aan de omgeving duidelijk aan te geven wat jij wel en niet wilt. Het is niet alleen goed om te ontvangen, maar ook fijn om te brengen. Dat heb ik bijvoorbeeld ook gedaan in mijn boek. Erin gezet wat wij, vanuit onze eigen ervaringen, heel fijn hebben gevonden. De broers en de zusjes van Guusje horen vaak: ‘Wat erg voor je vader en moeder’. Mensen vergeten er vaak bij te zeggen: ‘Maar ook voor jou! Want jij bent je zusje verloren’.
Je hebt veel meer aan mensen die zeggen wat iemand kan doen, zodat je weet dat als je in zo’n situatie zit, je ook écht voor die mensen klaar kunt staan op de manier die zij fijn vinden.

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.