Clemens

Clemens van Brunschot is bekend van onder andere “Wie noemde haar zwak?”. Een thriller met als thema zelfoverwinning. Omdat wij dit boek mogen recenseren, wilden wij ook graag een aantal vragen stellen aan Clemens.

Vertel eens? Wie is Clemens van Brunschot nou precies?

De zoon van een hardwerkende kruidenier uit het Brabantse Waalwijk. Ik kon toevallig goed leren en studeerde lang door. Ik trouwde met Lenie, kreeg drie kinderen (en nu al drie kleinkinderen). Mijn leven is een voortdurende omschakeling tussen hollen en stilstaan: overactief zijn en mediteren. De drukte komt van een onderzoeksfunctie op het Amsterdamse hoofdkantoor van een grote bank, van mijn plaatsje in mijn gezin (ruim gezien), en natuurlijk van het schrijven en tegenwoordig alles daaromheen. Van jongs af aan neig ik naar het serieuze, maar ik voel mezelf steeds losser en socialer worden. Het mediteren kwam 25 jaar geleden voort uit mijn spirituele gerichtheid en helpt nu om mezelf niet te verliezen in wat ik allemaal uitspook.

Oh, je bent spiritueel. In welk deel van het spirituele ben jij geïnteresseerd? Kaarten, of anders?
Nee, geen tarotkaarten. Iets traditioneler. De dingen die ik van mijn overleden ouders meekreeg, plus wat zich in de stilte aandient en mij rustig maakt.

Waar blijkt dit uit?
Voor de lezers het meest zichtbaar is dit uiteraard in mijn boeken. Je kunt geen boek van mij openslaan of er is wel een diepere laag waarin het te vinden is.

Je bent een onderzoeker, waaruit blijkt dit? Hoe kunnen wij dit merken/zien?
Onderzoeker ben ik van oorsprong in de sociale wetenschappen, maar ik heb mezelf verlegd naar marktonderzoek en het bouwen van voorspellende modellen in allerlei sectoren, zoals de gezondheidszorg, machine-industrie, hartkleppen, verlichtingsindustrie, openbaar vervoer en tegenwoordig kredietrisico van hypotheken. Bij het schrijven is het een groot voordeel om analytisch te zijn. Het wordt daardoor gemakkelijker om te overzien wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzen bij het schrijven van een boek. De grote lijn heb ik altijd wel uitgedacht. Maar ik heb naast het analytische altijd het creatieve gestimuleerd – zijn die hersenhelften van mij soms mooi in evenwicht? – zodat ik net zo gemakkelijk afwijk van een uitgestippeld pad om te kiezen voor wat mijn muze mij influistert. Je mag van mij verwachten dat ik niet zomaar aan een boek begin, maar dat er altijd hoofdlijnen doorheen lopen, thema’s. Wat niet wil zeggen dat ik dingen nooit heb omgebogen, ook lang na het schrijven van een eerste versie.

En wie is je muze?
Ik denk het onbewuste, of ‘onderbewuste’ zoals het vroeger meestal genoemd werd). Iedere schrijver kent het wel: je bent aan het denken geweest over je schrijven. En als je dan even met iets heel anders bezig bent, bijvoorbeeld hardlopen, overvalt je ineens een idee, een beeld, een herinnering. Dingen vallen op hun plaats. Het is de kunst om het evenwicht te vinden tussen wat je aan planning doet en wat zich min of meer spontaan aandient.

Je hebt meerdere genres geschreven, zijn er nog genres die je zou willen schrijven?
Tja, ik en genres… Ik vind het meestal moeilijk om precies binnen een genre te blijven. Mijn debuutroman ‘Uit de duisternis neergedaald’ was een roman met geloofswaanzin als thema. ‘Een vloek uit Kyrgyzstan’ was een psychologische thriller over een moord, met een diepere laag van verzet tegen godsdienstigheid. ‘Wie noemde haar zwak?’ is een thriller met een glimlach, een door lezers zeer gewaardeerd experiment om spanning te combineren met humor, en om helemaal in de huid van een vrouw te kruipen. Mijn vierde boek zal weer op een andere manier bijzonder zijn: een roman met spanning en actie erin maar met een magisch-realistische basis. Ik denk dat ik hiermee mijn favoriete genres wel bestreken heb. Een zuivere thriller schrijven kan ik niet. Ik zal en moet er van alles bijhalen om het voor mezelf interessant te maken. Mijn boeken zijn waarschijnlijk net als ik: niet voor één gat te vangen.

Je bent niet voor één gat te vangen, zeg je, dus zou je ook jeugdboeken willen schrijven? Of staat dit niet op je verlanglijstje om een keer te doen?
Het schrijven van een jeugdboek was nog niet in me opgekomen. En ik voel me nog niet aangetrokken. Ik verzin wel snel een verhaaltje voor een kleinkind dat naar bed gaat.

Hoe begin jij aan het schrijven? Ga je er gewoon voor zitten, of doe je dat als er ineens iets in je opkomt?
Als je hevig in een roman zit, kan het allebei. Het zit zo top of mind dat ervoor kunt gaan zitten om te laten komen wat er moet komen. Maar er zijn ook momenten dat het je overvalt en dan wil je een paar zinnen schrijven uit angst om ze kwijt te raken. Ik heb ook weleens een paar zinnen ingesproken in mijn mobieltje toen ik aan het hardlopen was.

Wat doe jij graag naast het schrijven? Heb je hobby’s?
Kriya yoga, meditatie, tai chi, hardlopen. Vorig jaar de halve marathon. En ik drink graag een wijntje en ga graag uit eten met mijn vrouw of met vrienden of collega’s. Vroeger ook zelf bier, wijn en gedestilleerd maken, karate, schilderen met olieverf, vrijmetselarij. Er zijn vast dingen die ik nu oversla. Ik ben altijd fan geweest van Pink Floyd, maar als ik ernaar luister zingt zo’n nummer dagen en nachten lang in mijn hoofd rond.

Wat vindt je gezin/familie van al die hobby’s en het schrijven? Kan me voorstellen dat je tijdens zo’n schrijfproces bijna niet aanspreekbaar bent.
Voor zover het nog steeds hobby’s zijn, doe ik de dingen vooral in de vroege ochtend en op andere momenten dat er niemand in de buurt is of op me rekent. In de trein bijvoorbeeld. Ik zeg voor het schrijven ook geen feestjes of gezinsactiviteiten voor af. Weleens vervelend voor gezinsleden is dat ik vanwege promotie nogal wat met social media bezig ben. Dat is niet helemaal weg te houden van de avonden.

Wat vinden zij hiervan?
Ik krijg het te horen als het te erg wordt en dan leg ik mijn mobieltje aan de kant.

Hoe voelt het voor jou dat je gezin achter je staat in wat je doet?
Dat is iets waar ik zuinig op moet zijn. Ik ben nogal fanatiek en kan gemakkelijk doorslaan naar die dingen die vanuit het schrijven gezien lijken te moeten gebeuren. En dat is nogal wat. Het schrijven is maar een onderdeeltje van het schrijverschap. Minstens zoveel tijd gaat zitten in alles eromheen. Het is geweldig dat mijn vrouw achter mij staat, maar ik moet het niet te bont maken. Zonder haar had mijn schrijverschap veel minder kans gekregen om zich te ontwikkelen. Maar ik moet haar daar niet voor straffen door het te bont te maken.

Is er nog iets wat je tegen toekomstige schrijvers wilt zeggen?
Alle aankomende schrijvers zullen onderhand wel weten dat je er niet je brood mee moet willen verdienen. Maar daarom: zet niet echt álles (en dan bedoel ik ook: niet iedereen) aan de kant voor het schrijven. Als mensen die je ten volle vertrouwt je ervan kunnen overtuigen dat je uiterst getalenteerd bent, kun je overwegen meer aan de kant zetten. Maar ook dan zul je mensen om je heen nodig hebben. Blijf investeren in je sociale leven. Bewaar je evenwicht.

written by

2 Comments on Interview met Clemens van Brunschot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.