Mijn Moeder(dag)

Alleen vandaag schrijf ik Moederdag met een hoofdletter.
Ik citeer cabaretier Herman Finkers:

God was het begin van alles
Daarvoor was er niets
Maria was zijn moeder

Dat zette ik laatst op Twitter. Kreeg ik prompt reacties: Maria was niet de moeder van God maar van Jezus. Ja, dat snap ook ik nog wel, dus Herman Finkers zeker. Maar in die grap van hem ligt wel al de essentie van Moederdag: die is er altijd geweest en zal er altijd zijn.

Vandaag is het dus Moederdag.
Met een hoofdletter omdat iedereen maar één moeder heeft! Daar is er maar één van, op de hele wereld. Net zoals de paus, daar is er ook maar één van. Maar hoe je het ook wendt of keert: de paus is dan kennelijk de aardse Vertegenwoordiger van een Onbevattelijk Mysterie van Hierboven, maar het woordje “paus” schrijf je toch echt bij alle gelegenheden met een kleine letter. En een pausdag bestáát niet eens! Anders zou ik op die dag misschien zelfs pausdag met een hoofdletter schrijven. Voor mij is dat mysterie trouwens niet meer dan een luchtballon. Bij gebrek aan gewicht stijgt die vanzelf naar hogere sferen. Een eenvoudige natuurwet.

Moederdag is dan toch heus van een andere orde. En eerlijk is eerlijk: moeders, daar mogen jullie best trots op zijn! Jullie moeten geknuffeld worden, verwend, gekoesterd. Eigenlijk het hele jaar door maar er is niemand die dat doet. Maar wel op die ene dag: Moederdag.

Bij Moederdag denk je automatisch aan de manier waarop kleine kinderen dat vieren. Daar heb ik geen verstand meer van; ook nooit gehad trouwens. Natuurlijk, een leuke surprise op school gemaakt en samen met pappa een ontbijtje op bed gebracht, dat ook de peuter of kleuter zelf wel lekker vindt. Zelfs een versje voor mamma en een door pappa betaald cadeau(tje). Meestal heeft mamma dat op de valreep als niet verwachte verrassing uitgezocht. Uiteraard nog een knuffel en een bloemetje. Mamma kijkt daarbij alsof ze nog nooit zo’n mooie bloemen heeft gekregen. Dat kunnen mamma’s heel goed. Natuurlijk gaat het niet om die presentjes maar wel om die gespannen en opgewonden blik, die blijheid in de ogen van dat kleine grut. De kleine zelf geeft glunderend en ruimschoots aanwijzingen hoe die moeten worden uitgepakt. Liever nog doet ie dat zelf wel even voor. “Ooooh, dat had ik altijd al willen hebben! Hoe wist je dat?”

Dat horen ze al niet meer. Meteen weer over tot de orde van de dag: spelen met vriendjes en vriendinnetjes, voetballen, LEGO, een computerspelletje. Alles wat er zojuist nog was, is alweer vergeten. Voor kinderen hoort dat ook zo te zijn. Alleen volwassenen kijken regelmatig terug naar hoe het voorheen ooit was.

Heel veel moeders gaan ook meteen weer over tot de orde van de dag. Maar vandaag is dat eigenlijk niet de bedoeling. Hoe dan ook, dat heb ik nooit begrepen en zal ik ook nooit begrijpen. Moeders zijn wat dat betreft net als vrouwen: vaak geen touw aan vast te knopen. Die ene dag kun je toch wel……? Nee, dus. Er zijn heel wat moeders die dat op de een of andere manier niet voor mekaar krijgen. Die vinden het de normaalste zaak van de wereld, dat zij zich iedere dag maar weer wegcijferen omwille van hun kinderen. Zelfs vandaag. Zit in de genen; daar kan ik niet tegen op.

Op de (coachings)scheurkalender staat vandaag: Ik zou een ideale moeder zijn, als ik het maar niet zo druk had met de kinderen.
Dat bedoel ik nou; zo zijn moeders. Dat is van alle tijden.

Ook als je zelf al wat ouder bent, sta je stil bij Moederdag. Misschien juist omdát je al wat ouder bent. Als je eigen moeder er niet meer is, is Moederdag vooral weer even een moment om aan haar terug te denken. Herinneringen aan je eigen moeder worden immers nooit gewist: die zijn een deel van jezelf. Misschien ook wel even weer terugdenken aan die momenten waarvan je achteraf denkt: had ik toen maar dit, had ik toen maar dat. Mij lijkt dat daarin voor volwassenen vaak de echte aanleiding ligt om toch zeker die ene keer in het jaar stil te staan bij Moederdag.

De overige dagen van het jaar hebben we daar immers vaak geen tijd voor, denken we. Tjonge jonge, wat hebben wij het toch druk. Ik moet nog dit en ik moet nog dat. Geen tijd en meer van dat soort onzin. Wij hebben immers allemaal evenveel tijd en er moet helemaal niks. Je maakt alleen je eigen keuzes. Zoals met veel dingen heb je dan ook achteraf vaak spijt dat je iets níet hebt gedaan. Als het te laat is. Als je die kansen voorbij hebt laten gaan. Maar het was wel je eigen keuze.

Dat geldt ook voor mij. Mijn eigen moeder ging naar het bejaardenhuis.
Mijn vrouw ging met onze toen nog kleine kinderen in het weekend heel regelmatig even bij oma op bezoek. Pa had vaak geen tijd. Ik moest immers nog wat belangrijke nota’s schrijven voor kantoor. Idioot. Waarom heb ik achteraf pas een klein beetje begrepen hoe het leven in elkaar zit?

Een paar jaar geleden overleed één van mijn beste schoolkameraden. Ik wist eigenlijk niet veel te zeggen. Dat was ook niet nodig. Dat heb je met goede vrienden. Je zit niet te wachten op woorden. Zolang we elkaar kenden, hadden we altijd genoeg gehad aan een enkel woord. Een blik van verstandhouding. Je wist heus wel wat die ander wilde zeggen.

Zo’n zelfde gevoel bekroop mij destijds toen mijn eigen moeder overleed. Al heel wat jaren geleden en op een respectabele leeftijd. Dus het was niet de rouw die overheerste maar het gevoel van een vredig einde. Als kinderen gunden wij haar dat laatste natuurlijk het meest. Daarmee wordt het definitieve afscheid niet meteen een feest, maar toch.

En dan komt het moment, waarop je nog een tekst schrijft voor op het zogenaamde bidprentje. Een afscheidsgroet, een herinnering. Een allerlaatste woord van dank voor al hetgeen zij in haar leven voor ons, haar kinderen, had gedaan. Belangeloos, zichzelf alsmaar wegcijferend, haar leven lang. Om haar kinderen uiteindelijk over te dragen aan de maatschappij op een manier, dat ze daarin hun eigen weg zouden vinden. Dat was één van haar vele taken als moeder.

Het schrijven van die laatste afscheidsgroet werd als vanzelfsprekend toegedicht aan mij.
Je weet dat zij het zelf niet meer kan lezen of horen. Maar toch: wat zeg je dan? Bij mij resulteerde dat in een kort gedichtje over haar liefde voor de eenvoudige, alledaagse dingen. Haar liefdevolle zorg en warmte voor haar (klein)kinderen. En haar grote passie: bloemen, haar vitaminen voor het leven. Want dat was mijn moeder. Zo was zij.

Toen mijn vrouw dat gedichtje las, moest zij even huilen. Ik wist dat het goed was. In die allerlaatste woorden zaten dan ook al mijn gevoelens. Mijn laatste gedachten en mooie herinneringen aan haar. In een simpel gedichtje op een stukje papier, maar wel vanuit mijn hart. Zo dicht als toen heb ik mij nog nooit gevoeld ten opzichte van mijn eigen moeder.

Ik hoef geen foto van haar aan de muur; haar graf bezoek ik zelden. Mijn herinneringen zijn meer dan voldoende. Daar heb ik geen foto of graf voor nodig. Wellicht was mijn allerlaatste gedichtje onbewust ook een compensatie voor mijn eigen gebrek aan warmte en aandacht in haar laatste jaren. Die zal zij toen gemist hebben. Toen zij er nog was.

Dat is voor mij Mijn Moeder(dag)

 

Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundel Vis op vrijdag!

 

 

written by

Leave a Reply