Gisteren ging ik eindelijk weer eens op bezoek bij tante Door. Ik voelde me schuldig dat ik al zolang niet bij haar was geweest en dus nam ik een extra grote bos bloemen mee.
‘Kijk nou eens,’ riep ze verbaasd toen ik na eerst geklopt te hebben, het smalle gangetje doorliep waardoor ik in haar huiskamer terecht kwam.
‘Ik dacht al dat je de vorige keer zo geschrokken was van het geëmmer over mijn laatste jas dat je voorgoed de kuierlatten had genomen.’
Meteen voelde ik mijn gezicht gloeien. ‘Nee natuurlijk niet, tante Door. Ik heb het gewoon heel druk gehad. Ik wilde echt wel eerder langskomen, maar…’
‘Hou op, schei uit,’ zuchtte tante Door en maakte afwerende gebaren. ‘Iedereen heeft het tegenwoordig zó druk, er is geen gein meer aan. Ik ben geen groentje hoor, ik weet echt wel wanneer mensen geen zin hebben om bij me langs te komen. Van de week kwam hier zo’n Pietje Poppesnot omdat er weer eens was ingebroken bij één van de buren. Denk je dat die smeris even binnenkomt en misschien een kopje koffie drinkt?’
Voordat ik antwoord kon geven ging ze al weer verder. ‘Welnee! O jee, weer zo’n oud besje, zag ik hem denken. Hij bleef aan de deur staan en wist niet hoe gauw hij zijn lijstje met vragen moest afraffelen. Hij had niet eens het geduld mijn antwoorden af te wachten. Nou, als hij dat bij iedereen zo heeft gedaan… tel uit je winst.’
‘Zal ik de bloemen even in het water zetten en een kopje koffie maken? Dan kunt u me ondertussen vertellen bij wie er is ingebroken.’
‘O, ja, dat is goed,’ zei mijn tante die er eens goed voor ging zitten. ‘Kijk meteen even in de koelkast. Als het goed is staat daar nog een taartje. Dat kan jij wel gebruiken, of wil je altijd zo’n benepakhuis blijven?’
‘Jeetje, tante Door!’ giechelde ik terwijl ik een gebakdoosje van ’s lands grootste supermarkt uit de koelkast trok en meteen naar de uiterste houdbaarheidsdatum keek. Drie dagen geleden had het taartje op moeten zijn.
‘Jammer, hij is niet goed meer,’ zei ik en wilde het doosje in de pedaalemmer gooien.
‘Ben je belatafeld!’ riep mijn tante en maakte aanstalten om uit haar sta-op-stoel te komen. ‘Je moet je niks van die datum aantrekken. Echt, je kan het nog rustig eten. En als je het niet wil, geef mij dan maar een extra groot stuk. Ik moet er nog van groeien.’
Nadat de bloemen en de koffie geregeld waren, ging ik tegenover haar op de bank zitten. ‘Bij wie was er ingebroken?’
‘O, bij hem van twee deuren verderop,’ zei tante Door een beetje minachtend. ‘Ja, sorry hoor, maar dat is echt een geitebreier, hij laat altijd zijn deur open staan. Dan vraag je er toch om? Kwamen ze maar eens bij mij lang, ik zou ze mores leren.’
‘Wie?’ vroeg ik terwijl ik mijn kopje koffie oppakte.
‘Nou, dat geteisem dat hier de boel steeds komt leegroven. Ze weten precies bij wie ze moeten zijn.’
‘Wees maar blij dat ze niet bij u hebben ingebroken. Uit ervaring weet ik hoe vervelend het is. Om nog maar te zwijgen van het aangifte doen. Dat duurt uren, hoewel je tegenwoordig niet meer naar het bureau hoeft.’
‘O,’ zei tante Door en ze keek me opeens buitengewoon helder aan. ‘Komen ze bij je langs dan?’
‘Dat weet ik niet, ik weet alleen dat je zo’n aangifte tegenwoordig vaak via internet kunt doen.’
Tante Door schudde haar hoofd. Haar gezicht had opeens een paar extra vouwen. ‘Zie je wel,’ zei ze opeens gelaten. ‘Er komt geen hond meer bij je langs. Weet je, vorige week ben ik samen met mijn schoondochter nog naar buiten geweest. Ik moest na vijftien jaar toch eens een paar nieuwe ruiten hebben, maar die moesten natuurlijk eerst aangemeten worden.’
‘Ruiten die aangemeten moeten worden?’
‘Ja tuurlijk,’ knikte tante Door en keek me aan alsof er iets aan mijn bovenkamer mankeerde. ‘Als jij voor controle gaat, doen ze dat toch ook?’
‘Eh, nou,’ zei ik aarzelend omdat ik zelf nu ook aan mijn verstandelijke vermogens begon te twijfelen. ‘Wat bedoelt u precies?’
‘Dat ding op je neus,’ zei mijn tante geïrriteerd. ‘Of doe jij er langer dan vijftien jaar mee?’
Ik wilde het tegenhouden, echt, maar voor ik het wist schoot ik in de lach. ‘Glázen, u bedoelt glazen!’
Ze bekeek me eens aandachtig. Troostend leek het. ‘Ja kindje, wat anders? Gaat het wel goed met je?’ vervolgde ze merkwaardig zacht.
Verdorie, ik ging nu toch niet de slappe lach krijgen hè? ‘Ja, prima hoor,’ bracht ik er met een hoge piepstem uit.
‘Nou, enfin,’ besloot tante Door terwijl ze haar hoofd omdraaide en naar buiten staarde. ‘Die vent komt in ieder geval wél hiernaar toe als mijn nieuwe bril klaar is. Met een beetje mazzel past die gok niet in één keer en komt hij nog eens terug. Heb ik weer wat te doen, anders verveel ik me de pieten.’
Ik slikte en voelde de giechel uit mijn lichaam verdwijnen. Het getemperde zonlicht bescheen het bijna perkamenten gezicht van mijn tante. Haar gerimpelde handen lagen, licht gekromd, in haar schoot. Buiten hoorde ik de parkiet van de buurvrouw. Opgesloten in een kooitje voor het raam. Fluitend. Kwetterend. Alleen. Net als tante Door.

 

 

 

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.