Tante Door had de pé in. En ze had de pé in omdat ze de pé in had. Ze verveelde zich te pletter. Iedereen ging tegenwoordig maar met vakantie. Alsof het allemaal niets kostte! Maar nee, geld geen gebrek. Naar Frankrijk of Spanje was tegenwoordig niet bijzonder meer. Er moest gereisd worden naar Zuid-Afrika, Indonesië of Bali. Toe maar, het kon niet op.
Nee, in haar tijd…

Hier stokten haar gedachten omdat de bel ging. Zou een van haar zonen… nee dat kon niet, de een was terug naar zijn eiland en de ander was met vakantie. Ze hees zich moeizaam achter haar rollator en sjokte naar het halletje waar ze op de intercom drukte. “Ja, wie is daar?’
‘Dag mevrouw, heeft u het ook zo warm?’ vroeg een jongensstem.
‘Eh, ja,’ zei tante Door enigszins uit het veld geslagen. ‘Hoezo?’
‘Ik heb een prachtige parasol voor op het balkon in de aanbieding,’ zei de jongensstem enthousiast. ‘Mag ik even boven komen?’
Ach, wat kon het haar schelen? Aanspraak was aanspraak nietwaar? ‘Ja, kom maar,’ zei ze welwillend. ‘Je moet naar de tweede etage.’
Tante Door rolde haar loophulpstuk al vast naar de deur, zette de deur op een kiertje en sjokte terug naar de huiskamer waar ze puffend in haar sta-op stoel ging zitten.
Even later werd er op de openstaande huisdeur geklopt.
‘Kom maar binnen,’ riep tante Door terwijl ze nieuwsgierig naar het gangetje tuurde.
Ach gut, wat een broekie, dacht ze bijna vertederd toen een keurig in het pak gestoken jongeman haar kamer binnenliep. Over zijn linkerschouder hing een flink uit de kluiten gewassen linnen tas waaruit een vijftal opgerolde parasols staken.
‘Nou jongen, jij zal het wel warm hebben,’ zei ze en wees ondertussen naar de bank die tegenover haar stoel stond. ‘Ga zitten, ga zitten. Moet je nou de hele dag in dat apepakkie rondlopen om mensen een parasol aan te smeren?’
De knul ging op het puntje van de bank zitten en grijnsde wat ongemakkelijk. ‘Tja, mevrouw ik moet toch mijn huur betalen.’
‘Nou, meer dan een habbekrats zal je niet overhouden, je werkt zeker op provisiebasis?’
‘Eh, nou, ja,’ gaf de jongen toe en keek haar een beetje verbaasd aan.
‘Vertel mij niks,’ zei tante Door en maakte een wegwerpgebaar. ‘Ik heb altijd een eigen zaak gehad, dus ik weet hoe je spullen aan de man moet brengen. Jij moet eerst maar eens beginnen met je overhemd.’
‘Wat zegt u?’ vroeg de keurig geklede jongeman niet begrijpend terwijl zijn hand even aan de knoopjes van zijn witte overhemd voelde.
‘Kijk,’ zei tante Door en wees naar de keel van het jongmens. ‘Een hemd moet goed aansluiten. Er mag krap een mager vingertje tussen passen. Het moet niet zo zijn dat je in de kraag nog een vierdaagse kunt lopen, daar begint het al mee. En je moet wat aan je nagels doen. Kijk eens,’ riep ze verontwaardigd terwijl ze gebiedend naar zijn handen wees. ‘Allemaal rouwrandjes. Je zou zweren dat je een smeerkanes bent. En dan nog wat. Doe wat aan je stem. Je praat als een Janjurk.’
De jongen zakte even verbouwereerd tegen de rugleuning van de bank. ‘Eh…’
‘En dan nog wat,’ zei tante Door die er eens goed voor ging zitten. ‘Heb je een beetje marktonderzoek gedaan?’
‘Ja,’ riep het joch en ging weer rechtop zitten. ‘Het is nu vakantietijd en de meeste mensen zijn met vakantie. Maar hier wonen…’
‘Ja, ja, allemaal ouwe mensen,’ viel tante Door hem in de rede. ‘En negen van de tien gaan niet meer met vakantie, dus die kun je wel een paar euries door de neus boren. Maar heb je gekeken of de mensen hier al een parasol hebben?’
‘Eh, nee, dat niet,’ gaf de jongen schoorvoetend toe.
‘Dat bedoel ik,’ zei tante Door triomfantelijk. ‘Marktonderzoek, jongen, eerste vereiste. En het is heel simpel, iedereen hier heeft een balkon en als ze een parasol hebben dan staat die daar opgesteld.’
Aarzelend stond de piepjonge parasolverkoper op. ‘Ja, daar heeft u wel een punt. Dat ga ik dan maar eerst doen.’
Ach, ach, wat een kindje was het nog, dacht tante Door. Die zou geen ene rooie rotcent verdienen als ze hem niet een beetje op weg hielp. ‘Ik weet toevallig dat mijn buren hiernaast zo’n ouwe parasol hebben dat de gaten er spontaan invallen. Ik wil ze best even bellen.’
‘Echt?’ vroeg de knul terwijl zijn ogen oplichtten.
‘Nee, ik maak een gebbetje, nou goed?’ grinnikte tante Door.
Nu grijnsde het joch van oor tot oor. ‘Hartstikke bedankt voor de les, mevrouw. Het zou fijn zijn als u nu meteen kon bellen, dan ga ik direct naar ze toe.’
‘En ik dan?’ vroeg tante Door terwijl ze hem doordringend aankeek.
‘Wat bedoelt u?’ vroeg de jongen terwijl van zijn gezicht was af te lezen dat hij geen idee had wat hij nu weer fout deed.
Tante Door liet haar kin quasi moedeloos op haar borst zakken. ‘Nou, waarom ben je hier gekomen? Waarom heb je bij me aangebeld? Moet je mij niet iets vragen?’
‘O, eh, ja, natuurlijk,’ lachte de knul opgelucht. ‘Moet u eens kijken mevrouw,’ zei hij en pakte een in doorzichtig plastic verpakte parasol uit zijn grote linnen schoudertas. ‘Prachtige parasols, uitstekende kwaliteit en voor een zacht prijsje. En omdat u mij zoveel bruikbare tips aan de hand heeft gedaan, wil ik u best extra korting geven. Wat zegt u ervan?’
‘Geen interesse, ik heb net een nieuwe. Maar als je er eentje aan mijn buren verkoopt, dan is een deel van jouw provisie voor mij, oké?’
Terwijl de jongen haar beteuterd aankeek, probeerde tante Door geen aandacht te schenken aan het lichte schuldgevoel dat in haar keel omhoog kroop. Ze had immers geen enkele reden om zich schuldig te voelen. Had ze dat gozertje niet op weg geholpen? Nou dan! Eens hield goedheid op een deugd te zijn. Ze was tenslotte een zakenvrouw, altijd al geweest.

written by

1 Comment on Tante Door en de parasolverkoper

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.