Bezoek vanaf drie uur. Waarom ik dan altijd te vroeg ben weet ik niet, misschien een geheime wens om tegen te zijn? Zodra ik uit de lift stapte, spitste ik mijn oren. Het kenmerkende stemgeluid van mijn aangetrouwde tante Door was echter niet te horen. Omdat ik me niet kon voorstellen dat ze opeens wat aan decibellen had ingeboet, liep ik door naar haar kamer.

Vanaf de drempel zag ik hoe ze, scheefgezakt in haar rolstoel, met haar rug naar mij toe zat te dutten. De kamer was, zoals altijd, fel verlicht met een ronde, glazen lamp aan de muur, die ik ervan verdacht in een vorig leven dienst te hebben gedaan in een badkamer. De gordijnen die voor het raam hingen hadden hun witste tijd al lang gehad en voor de in pantoffels gehulde opgezwollen voeten van mijn tante lag een Viva artistiek schuin gepositioneerd op de grond. Geen radio aan, ook geen televisie.
‘Tante Door,’ riep ik zacht en zette een stap naar voren.
Meteen schoot ze overeind. ‘Dag kind, ben je er alweer. Kijk eens,’ riep ze alert als altijd terwijl ze naar het tafeltje wees dat voor het raam stond. ‘Je rozen staan nóg! Ik zei gisteren nog tegen mijn schoondochter dat je ze niet eens schuin had afgesneden, maar gewoon een keepje in de onderkant van de stengels hebt gegeven.’
Het was me niet eens opgevallen dat zij daar op had gelet, maar verbazen deed het me niet. Tante Door ziet en hoort alles. Nadat ik beaamde dat de rozen inderdaad nog prachtig stonden, vroeg ze of ik de Viva van de vloer kon pakken. ‘Tja, dat is zo vervelend kind, als er iets valt, kan ik het verdorie nog steeds niet zelf oppakken. Na de lunch ben ik hier wat gaan zitten lezen, maar dat duurde dus maar tien minuten. Ik heb het wel geprobeerd hoor, maar ik was als de dood om uit mijn stoel te lazeren. Om een uur of vier komen ze altijd langs met wat drinken, dus dan had ik het aan die lui kunnen vragen.’
‘U had toch kunnen bellen?’
‘Voor een Viva? Welnee, kind, die arme meiden hebben het al zo druk. Ach, nu heb ik vanavond nog wat te lezen.’
Ik stelde voor naar de huiskamer annex keuken te gaan om daar de nieuwe bloemen in een vaas te zetten. Het keukenblokje dat tegen de linkermuur van de huiskamerruimte was geplaatst, bevatte drie kastjes boven en drie kastjes onder alwaar geen vaas te bekennen viel.
‘O, dan moet je even in de andere huiskamer kijken, kind. Weet je nog waar het is?’
Ik knikte en wees naar het aquariumkantoortje dat de ene huiskamer van de andere scheidde. Aan elke kant zat een deur, maar de deur naar de huiskamer van tante Door zat dicht. In het kantoortje zat een dame achter de computer. Dat weerhield haar er niet van tegen twee andere dames die tegen de open deur naar de andere huiskamer geleund stonden, iets te vertellen dat blijkbaar heel grappig was.
Via de gang liep ik naar die andere huiskamer waar twee, wat oudere heren in rolstoel aan een grote tafel zaten. Als je nog van zitten kunt spreken wanneer je steeds verder naar beneden zakt. Hun blik was onafgebroken op het aquariumkantoortje gericht. Achterin de hoek van de huiskamer zat een man in een gewone fauteuil suffig voor zich uit te staren.
‘Goedemiddag allemaal,’ zei ik bleef even staan. De verzorgende dames die tegen de deur stonden geleund hadden me vast niet gehoord en hoewel de heren aan tafel hun blik niet van het kantoortje afhaalden, zwaaide er eentje naar me. Ik glimlachte naar de man en liep door naar het keukenblok. Verdorie, ook hier geen vaas. Terwijl ik richting de deur liep, kwam er een verzorgster de huiskamer binnen.
‘Mevrouw, mag ik u iets vragen?’
Ze liep me voorbij maar draaide zich toen toch een slag in mijn richting. Aan haar blik te zien, moest ik haar ongetwijfeld van iets belangrijks af houden ‘Ja?’
Omdat ik zag dat ze haast had besloot ik af te zien van het voorstelrondje dat ik normaliter wel zou hebben gedaan. ‘Kunt u mij zeggen waar ik een vaas kan vinden?’
‘In de spoel,’ zei ze en draaide zich van me af.
‘Wat zegt u?’
‘In de spoelruimte,’ zei ze over haar schouder en zette koers richting het aquariumkantoortje waar een serie lachsalvo’s de ruimte ingeschoten werd.
‘En waar vind ik die spoelruimte?’ durfde ik, dapper als altijd, te polsen.
Er kwam nog net geen stoom uit haar oren terwijl ze zich zuchtend naar me terug draaide. ‘Laatste deur in de gang.’
Ik hoopte met heel mijn hart dat mijn trage bevattingsvermogen haar niet af zou houden van haar ongetwijfeld cruciale werkzaamheden. ‘Welke gang, mevrouw, er zijn er twee?’
Zie je, dat effect heb ik wel vaker op mensen. Murw van al mijn vragen sjokte ze met me mee de gang op. ‘Zie je dat gat daar?’ wees ze naar de zijgang waar de lift gestationeerd was en snel, om haar niet langer dan strikt noodzakelijk was op te houden, knikte ik.
‘Daar langs, derde deur rechts.’
Voordat ik haar kon bedanken, maakte ze rechtsomkeer. Ik zag haar met ferme passen naar het aquariumkantoortje snellen. Ze had blijkbaar geen tijd om een blik op de huiskamer te werpen waar de twee zwijgende rolstoelmannen toekeken hoe de vrouw vrolijk en luidruchtig ontvangen werd door haar collega’s. Even later ging de deur dicht. Belangrijke vergadering zeker.

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.