‘En moeder, hoe bevalt het u hier?’
Tante Door keek haar oudste zoon, de belastingman, stralend aan. ‘Ach, jongen, nu ik er eenmaal ben, vermaak ik me prima! En trouwens, het ritje met de ambulance was ook buitengewoon plezierig. Die ambulancebroeders waren zó aardig.

Ik begreep eerst niet waarom ik met de ambulance naar dit revalidatieoord ben gebracht, maar bij aankomst snapte ik het wel. Die broeders stonden gewoon te wachten tot ik mijn dikke tochus uit de rolstoel had gelicht. Meteen schoten ze erop af en confisqueerden dat ding alsof hij van goud was. Ze waren zeker bang dat ik dat gevaarte achterover zou drukken. Stelletje miesgassers! En ik maar denken dat het van die aardige jongens waren. Nou jij weer.’
‘Maar hoe zijn de mensen hier?’
Tante Door lachte haar bovengebit bloot. ‘Ik had nooit gedacht dat revalideren zo leuk zou zijn. Iedereen loopt me zeer gedienstig en verzorgend achterna, logisch natuurlijk, ze hebben iets goed te maken en dat terwijl ik helemaal niet lastig ben, ik zal immers nooit wat zeggen, dat weet je wel, als er iemand makkelijk is dan ben ik het wel, maar ja mensen blijven mensen hè, en een foutje is snel gemaakt. Maar het was natuurlijk wel stom dat ze me op de eerste etage bij de dementerende hadden gedropt. Ik ben wel oud, maar niet mesjokke.’
‘Bij lange na niet,’ beaamde haar zoon.
‘Maar dat is gelukkig dezelfde dag meteen verholpen,’ zei tante Door en keek tevreden haar kamer rond. ‘Het verblijf hier op de tweede etage veraangenaamd mijn tijd hier aanzienlijk. Alleen die fysio hè?’
‘Tja moeder, dat…’
‘Ja, ja, hou maar op, ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen, ik weet ook wel dat mijn mobiliteit gestimuleerd moet worden, maar wat heeft het voor zin? Dat onderstel van mij wil gewoon niet meer, na vijfennegentig jaar trouwe dienst heeft het er de brui aan gegeven.’
‘Moeder, het is hier geen vakantieoord. U moet…’
‘Ik moet helemaal niks,’ zei tante Door licht geïrriteerd. ‘En wat weet jij er nou van? Lig jij hier soms? Weet je wel hoe eenzaam ik was in mijn verzorgingsflat zonder je vader? En dan al die mensen die altijd van alles van je willen omdat je toevallig nog goed ter been bent. Hier wil niemand iets van me, sterker nog, ze vragen steeds wat ík wil. Wil ik iets eten, iets drinken, een boekje, heb ik hulp nodig om naar een zeker kamertje te gaan, noem maar op, niets is te gek. En jij maar volhouden dat het hier geen vakantieoord is!’
De belastingman knikte. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat uw prettige verblijf hier er misschien mee te maken heeft dat u zo weinig mogelijk meewerkt.’
Tante Door zette grote, verontwaardigde ogen op en haar stem ging een hele octaaf de lucht in. ‘Wat denk je wel niet? Natuurlijk heeft dat er niets mee te maken. Omdat ik het hier toevallig heel aangenaam vind wil dat niet zeggen dat ik de boel loop te saboteren! Wat denk je wel, jongen? Weet je wel wat het kost om hier te liggen en…’
‘Waarom werk je dan niet mee, moeder? Ik hoor van het verplegend personeel dat je de fysiotherapeutische oefeningen niet of nauwelijks doet, om over anderhalve liter drinken per dag nog maar te zwijgen.’
‘Ik ben nooit een grote drinker geweest, dat weet je toch? En waarom zou ik me vermoeien met die belachelijke rek- en strekoefeningen als het toch allemaal niets uithaalt? Want de verhouding vierentwintig uur all-inclusive vakantiegevoel waarbinnen vier keer twintig minuten fysio zet natuurlijk geen zoden aan de dijk.’
‘O, dat is gemakkelijk te verhelpen, moeder,’ zei de zoon terwijl hij haar even goedmoedig op de hand klopte. ‘Dan vraag ik toch gewoon of ze er een half uur van maken en als dat goed gaat, kunnen ze het verhogen naar drie kwartier per keer.’
‘Wil je zo graag van me af, jongen?’ vroeg tante Door met een opeens wel erg klein stemmetje.
‘Doe normaal, moeder,’ zei haar zoon betrekkelijk onaangedaan terwijl hij naar de muur boven het bed keek. ‘De zuster zei me dat ze een A-viertje met oefeningen voor je had opgehangen. Waar is dat?’
‘Tja, daar begrijp ik ook niets van,’ zei tante Door terwijl ze onzichtbare pluisjes van haar smetteloze dekbed plukte. ‘Op miraculeuze is dat papiertje verdwenen. Vanochtend hing het er nog en nu is het uit het zicht. Misschien heeft ze het weer meegenomen.’
‘Moeder…’ zei de belastingman donker.
‘Als je denkt dat ik bang ben voor die zogenaamd dreigende stem van je, dan moet je vroeger opstaan, jongen. En trouwens, heb jij niets anders te doen dan mij lastig te vallen?’ Ze strekte haar arm uit naar het tafeltje naast haar en nam de afstandsbediening in haar hand voordat ze zich weer tot haar zoon wendde. ‘Voor mij hoef je niet te blijven hoor. Ze komen me zo een kopje bouillon brengen en daarna kijk ik televisie.’
‘Nou, vooruit dan,’ gaf haar zoon toe. ‘Dag moeder. Morgen kom ik weer bij je kijken.’
‘Verheug ik me nu al op,’ mompelde tante Door, maar ze hief toch welwillend haar wang op om de kus van haar zoon te ontvangen.
Volgende week meer!

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.