Van mijn aangetrouwde neef de belastingman hoorde ik dat tante Door vlak voor de Kerst toch weer even in het ziekenhuis was opgenomen, maar inmiddels weer terug was in het revalidatiecentrum. In december gebeurde er in mijn privéleven allerlei droevigheid en verdween tante Door een beetje op de achtergrond. Na mijn neef gesproken te hebben, begrijpt u, beste lezer, dat het schuldgevoel akelig in mijn keel zat te porren en dus ben ik vorige week weer bij haar op bezoek gegaan.

Ze zat (behoorlijk afgevallen, maar dat kon ze wel hebben) pontificaal rechtop in haar rolstoel. Bescheiden als ze is, had ze zichzelf midden in haar kamer geposteerd zodat ik haar niet over het hoofd zou zien. Zodra ze me in het oog kreeg, glimlachte ze van oor tot oor. ‘Dag kind, wat leuk dat je ook een keer langskomt. En wat een mooie rozen, zijn die voor mij?’ Ze wachtte mijn antwoord niet af want haar ratelwerk stond meteen in de hoogste versnelling. ‘Nou, je hebt het zeker allemaal wel gehoord, wat een toestand hè en dat allemaal op mijn oude dag en dan zijn er zoveel mensen die zeuren dat het leven saai is en dat ze nooit wat meemaken. Kom,’ zei ze en wees me behulpzaam terug de gang op. ‘We gaan in de huiskamer zitten, ik neem de bloemen mee, dan kun jij ze daar in een vaas zetten, ja niet om ze daar te laten hoor, ik ben wel goed, maar niet gek, nee, ik neem ze later weer mee terug naar mijn kamer. Duw jij even?’
Terwijl ik haar over de linoleumvloer naar de huiskamer annex keuken duwde bleef ze vrolijk door kwekken. ‘Tja, het bleek weer allemaal vocht te zijn. Wat denk je, ze hebben twintig liter uit me gehaald! Ongelooflijk toch? En vervolgens maar zeuren dat ik anderhalve liter water per dag moet drinken, ja, ik kijk wel linker uit! En weet je hoe het allemaal gegaan is?’
‘Eh, nou…’ zei ik aarzelend terwijl ik de bloemen in een vaas met water zette.
‘Kom zitten kind,’ zei ze en wees naar twee treurig uitziende banken die voor de gezelligheid tegenover elkaar waren geplaatst. ‘O, wacht even. Nu je daar toch staat, pak meteen een kopje thee voor jezelf, ik hoef niet.’
Omdat ik meestal braaf doe wat me gezegd word, plaatste ik even later schuldbewust niet één maar twee kopjes thee op een morsig salontafeltje en nog voordat ik zat, opende ze haar mond en werd de bandrecorder aangezet.
‘Het was allemaal vlak voor de Kerst. Mijn oudste zoon was net het land uit voor een of andere belangrijke vergadering en mijn schoondochter, je weet wel die met mijn jongste zoon getrouwd is, had mijn kamer voorzien van prachtige kerstdecoratie. Tussen twee haakjes, ik vermoed dat ik hier ook de paasdecoratie nog wel mee zal maken. Maar dat terzijde. Waar was ik? O ja, toen ze ’s avonds weg waren voelde ik me opeens niet lekker. Arts laten komen en je gelooft het niet, maar het was weer zo’n bijgoochum. Hij keek eens hier, keek eens daar, drukte wat in mijn buik en vervolgens zei hij dat hij wilde uitsluiten dat het mijn darmen waren, dus hij zou me een pilletje geven. Woest werd ik. “Hou dat pilletje maar, het ligt niet aan mijn darmen en bovendien slik ik al genoeg” heb ik geroepen en wat denk je dat hij zei?’
‘Nou?’ vroeg ik zoals altijd heel bereidwillig.
Ze schoof zichzelf wat omhoog in haar rijdende stoel en keek me slijmerig aan terwijl haar stem een octaaf omlaag ging: “Kom, kom, mijn beste mevrouwtje. Het is maar één tabletje.”
‘Tja, hij zal…’
‘Kind, hou op, schei uit, ik was in staat om hem aan te vliegen. Iedereen noemt me tegenwoordig maar mevrouwtje! Omdat ik door die toestanden vijfentwintig kilo aan lichaamsgewicht ben kwijt geraakt, denken ze vast ik ook een onsje hier of daar aan herseninhoud heb laten lopen. Stelletje dwabbers! Maar goed, ik heb uiteindelijk die stomme poeppil toch genomen en wat denk je? Krijg ik vorige week een brief met een rekening voor die pil. Of ik maar even twintig cent wilde betalen. Twintig cent! En daar sturen ze een rekening voor, het papier en de postzegel kosten nota bene veel meer. Ik heb meteen gevraagd of ik het in termijnen mocht betalen.’
‘Dat zal ze leren,’ giechel ik en neem een slok van mijn thee voordat ik ernstig verderga. ‘Maar u zult toch best geschrokken zijn.’
Ze knikte en haar stem had opeens aanmerkelijk aan kracht ingeboet. ‘Ik voelde me hondsberoerd, echt doodziek. Na een aantal dagen in dat ziekenhuis had ik er geen zin meer in. Ik had immers mijn plicht gedaan. Moet je luisteren kind, ik heb een prachtig leven gehad met een heel lieve man die nog nooit een rottig woord tegen me gezegd heeft, ik trouwens wel tegen hem, dus wat zou ik hier nog moeten, zo dacht ik toen. Hè, verdikkeme, er zit iets in mijn oog.’
Voorzichtig legde ik mijn hand op haar knie. ‘Gelukkig bent u er nog en heeft u veel om dankbaar voor te zijn.’
‘God, bewaar me!’ riep tante Door en sloeg meteen een hand voor haar mond. ‘Jij bent vast van het houtje.’
Ik knikte. ‘Maar je hoeft niet katholiek te zijn om dankbaarheid te voelen, tante Door.’
‘Weet je waar ik nou zo dankbaar voor zou zijn?’ vroeg ze terwijl ze me lieflijk aankeek.
‘Nou?’ zei ik plichtsgetrouw.
‘Als je heel nonchalant die koude thee wegmietert.’
‘Tante Door!’
‘Kind, het duurt nog wel even voor ik een tuintje op mijn buik heb. De makke is dat iedereen hier denkt te weten wat goed voor me is, maar toevallig weet ik dat zelf het beste en bovendien hou ik niet van thee. Schenk maar een appelsapje in.’
Opgelucht sta ik op. ‘Ik ben blij dat het goed met u gaat, tante Door. U babbelt weer als vanouds.’
Mijn tante lachte breeduit. ‘Die kaakspieren van mij zijn uitermate goed getraind in de afgelopen vijfennegentig jaar, daar mankeert niks aan en de rest? Ach kind, nooit het koppie laten hangen en als dat toch gebeurt, jezelf meteen een heis voor de treiter geven, dan komt het allemaal weer goed. Let op mijn woorden!’
Dat zal ik doen, tante Door, tot volgende week.

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.