‘Welkom thuis, moeder,’ riepen de belastingman, zijn broer en zijn schoonzus in koor toen tante Door met een brede glimlach op haar inmiddels smalle gezicht achter haar rollator de huiskamer in kwam rijden.
‘Heerlijk hoor jongens,’ zei ze opgewekt terwijl ze eens goed rondkeek. ‘Jeetje, kind,’ zei ze tegen haar schoondochter. ‘Heb je nu alweer schoongemaakt? Ach, ach, wat heb je toch een werk aan je schoonmoeder.’

Na de koffie kwam de thuiszorg een boterhammetje maken en dat was voor iedereen het startsein om weer op te stappen. Tante Door nestelde zich tevreden in haar sta-op-stoel voor het raam. Allemaal hartstikke leuk hoor, zo’n ontvangstcomité, maar het was wel een beetje vermoeiend. Gelukkig zou de thuiszorgdame, die een reuze aardig en opgeruimd type bleek te zijn, nu pas weer ‘s avonds komen dus had ze even rust. Lekker naar buiten kijken, want ze moest natuurlijk wel op de hoogte blijven van wat er allemaal speelde. Ze had ongetwijfeld heel wat gemist in haar vier maanden gedwongen afwezigheid.
Ze schrok wakker van de bel, hees zich achter haar rollater en sjokte versuft naar de deur.
‘Dag, mevrouw, het is kwart over vijf, ik kom een hapje eten voor u maken en dan kom ik nog een keer zo tegen negen uur om u klaar te maken voor de nacht.’
‘Toe maar, toe maar, het kan niet op,’ mompelde tante Door terwijl ze weer terug naar de huiskamer sjokte.
Een uurtje later was de thuiszorgdame weer weg en belde tante Door haar kleine broertje van vierennegentig om hem te bedanken voor zijn wekelijkse bezoekjes. Na een genoeglijk uurtje keuvelen met hem, keek ze televisie tot de thuiszorg weer kwam en haar op bed legde.

De volgende avond zat ze televisie te kijken tot ze iets op de grond zag liggen. Was dat nou een van haar pilletjes? Ja, daar zag het wel naar uit. Hoe kon ze die nu toch te pakken krijgen? Ze had natuurlijk wel een hele doos vol van die krengen, maar eens een zuinig mens, altijd een zuinig mens. Maar bukken was een probleem. Nee, ze liet het toch maar liggen.
Ze draaide haar hoofd naar de televisie, maar haar ogen wilden niet meedoen, ze leken als magneetjes naar het pilletje te worden getrokken. Nou goed dan, ze ging dat rotpilletje gewoon oprapen. Als ze met één hand haar rollend materieel bleef vasthouden, zou het wel lukken.
Haar ene hand hield de rollator vast en de andere hand was al bijna bij het vermaledijde pilletje toen ze haar evenwicht verloor en met haar gezicht naar beneden een lelijke smak op de grond maakte. Ze slaakte een onparlementaire kreet en vervloekte haar afhankelijkheid. Hoe kwam ze nu weer overeind? Dat ging nooit lukken. Misschien als ze zich optrok aan het dressoir? Voorzichtig ging ze zitten en voelde aan haar voorhoofd, tja dat werd een bult, met pech werden het er twee. Niets meer aan te doen, ze schoof naar het dressoir, greep de zijkant vast en trok zichzelf zo ver omhoog dat ze haar onderarmen bovenop het dressoir kon leggen. Net toen ze dacht dat ze het zou redden, had ze geen kracht meer en viel ze op haar achterwerk terug op de grond. Het deed gemeen zeer, maar gelukkig had ze daar nog wat spek. Gut o gut, wat een ellende. Wat nu? O, maar wacht, straks kwam de thuiszorg! Ja, ja, dat was wel zo, maar hoe laat kwamen ze? Hoe laat was het nu? Kwart over acht. Moest ze dan nog tot negen uur op de grond blijven zitten? Nee, nee, dat kon niet, ze had toch een alarmketting? En er was toch een kastje, een soort intercom, geplaatst? Nou dan! Ze drukte op het knopje van haar ketting en meteen hoorde ze een stem vragen wat er aan de hand was. Nadat ze had verteld wat er gebeurd was en dat ze niet wist hoe laat de thuiszorg kwam, stelde de stem haar gerust, de thuiszorg kwam er nu direct aan.
Binnen vijf minuten hielpen twee aardige dames tante Door overeind, werd er gekeken of ze buiten de twee behoorlijk opkomende builen op haar hoofd nog andere verwondingen had en vervolgens werd ze in haar nachtkledij geholpen. Juist toen ze weer plaats had genomen in haar sta-op-stoel kwam de belastingman naar binnen gerend.
‘Moeder! Wat is er gebeurd? Ik werd gebeld door de alarmcentrale.’
Tante Door keek hem verontwaardigd aan. ‘Wat wordt er nou een stennis gemaakt! Waarom bellen ze jou, ik heb nog tegen ze gezegd dat de thuiszorg nog zou komen.’
De belastingman ging zuchtend in de stoel tegenover tante Door zitten. ‘Moeder als je op de rode knop drukt treedt het hele mechanisme in werking en dan denkt men niet: ach, laat die mevrouw maar even liggen, de thuiszorg komt zo. Nee moeder, afwachten zit niet bij het abonnement inbegrepen.’
‘O. Nou, sorry, ik zal er de volgende keer aan denken.’
‘De volgende keer?’ schoot de belastingman uit.
‘Het zal heus niet meer gebeuren,’ suste tante Door. ‘Maak je niet zo druk. Ik heb alleen twee flinke builen op mijn voorhoofd, maar ik had mijn neus wel kunnen breken.’
‘Of uw heup,’ somberde haar zoon terwijl hij haar eens goed bekeek. ‘Tjonge, moeder, er ontstaat een prachtig veelkleurig palet op uw voorhoofd.’
‘Dan heb je mijn toges nog niet gezien.’
Haastig stond de belastingman op. ‘Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Nou, ga maar lekker naar bed, dan doe ik dat ook. Dag moeder.’

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.