Zoals ik u, lezer, vorige week vertelde ligt mijn tante Door in ziekenhuis. Gisteravond zijn mijn man en zijn drieënnegentigjarige vader bij haar op bezoek geweest. ‘s Avonds vertelde mijn schoonvader dat hij wel een beetje geschrokken was. ‘Mijn zuster was wel erg moe, ze sloot steeds even haar ogen en op een gegeven moment zei ze: “ik geloof niet dat ik hier nog uitkom.” Nou, dat heeft ze nog nooit gezegd.’

Ook was hij licht ontdaan over alle slangen die nogal onattent zichtbaar op haar lichaam waren aangesloten. ‘En dan die pijpjes zuurstof die haar neus ingaan hè, ze kan geen hap lucht zonder’.
Mijn geliefde echtgenoot voelde zich geroepen om iets ter troost te zeggen. ‘Tja, pa, ze is natuurlijk wel vijfennegentig hè?’
Ik schopte mijn eega steels, maar doeltreffend tegen zijn enkel. Niet dat het iets uitmaakte, mijn man is een man van staal.
‘Ze is natuurlijk een mens van de dag,’ vulde hij nog even aan.
U begrijpt, beste lezer, ik stond vandaag te trappelen om bij tante op bezoek te gaan.
Ik was natuurlijk veel te vroeg (zoals bijna altijd op afspraken omdat ik een haast hysterische hekel heb aan te laat komen) en na wat aarzelend rondgedrenteld te hebben besloot ik gewoon naar boven te gaan. Geen hond hield me tegen, laat staan een mens, en even later stond ik in de deuropening toe te kijken hoe een buitengewoon aardige broeder (opeens begreep ik de verzuchtende kreet van dames van mijn leeftijd: als ik dertig jaar jonger was geweest…) en een even sympathieke zuster, tante Door net in een rolstoel aan het hijsen waren en hoorde ik haar herkenbare stemgeluid, denk hierbij aan een vrouw met een hardnekkige baard in de keel.
De broeder hing alle slangen in de juiste volgorde en de zuster hield juist een kleine peptalk dat het vandaag toch echt een stuk beter ging dan gisteren en tante Door keek haar aan alsof ze water zag branden. ‘Jij bent zeker de leukste thuis?’ zei ze een beetje laatdunkend tegen het niet verblikkende of verblozende meisje.
‘Altijd al geweest mevrouw,’ gaf ze toe. ‘Ik zie graag het positieve in de mens en…’
‘Wat rottig voor je,’ onderbrak tante Door het vrolijk gestemde meisje. ‘Want ik kan je één ding vertellen mijn kind, er zijn heel wat mispunten op de wereld. Zelfs in die verzorgingsflat waar ik woon. Er wordt nogal eens wat georganiseerd bij ons en daar halen ze vaak geld voor op, want als je moet wachten tot een ander het doet dan lig je eerder tussen zes plankies dan dat je een feestje hebt. Die rotbezuinigingen maken alles kapot. Nou ja, in ieder geval, na verloop van tijd hadden we een aardig spaarpotje en daar zou een gezellige avond van worden georganiseerd. Wat denk je? Heeft een of ander rottig miesgassertje het spaarpotje gestolen.’
‘Ach jee, wat vervelend, dus toen kwam er geen gezellige avond?’
Tante Door lachte schamper. ‘Natuurlijk wel! Wij mensen van vóór de oorlog laten ons door zoiets niet kennen. Een aantal medebewoners die het idee hebben dat ze nog fatsoenlijk kunnen lopen (en geloof mij, dat kunnen ze niet, maar ik laat ze in die waan) nou ja, die hebben een avond in elkaar geflanst. Dus ik erheen en ja, het was goed bedoeld, maar aan mij was het niet zo besteed.’
‘Waarom niet dan?’
‘Laat ik zeggen, het had een hoog “tante Leen gehalte” en het publiek dat erop afkwam grotendeels ook. Maar ach, dat brengt het kwaad niet in de wereld.’
‘En dat is ook iets waard, mevrouw,’ zei het niet van haar stuk te brengen meisje terwijl ze mij een blijmoedige blik toewierp. ‘U heeft geloof ik visite.’
Tante stak haar hoofd voorbij het prachtig gebeeldhouwde lijf van de broeder om mij te kunnen zien. ‘Ach, lieverd,’ zei ze en ze stak haar hand naar me uit.
Even later liep het verplegende stel de kamer uit en zat ik tegenover tante die nog steeds praatjes voor tien had.
Ze zat, zonder zuurstof (!) als een koninginnetje in haar stoel. ‘Zijn ze vast vergeten. Nou nee, dat kan eigenlijk niet. Die jongen vergeet niks, die anderen ook niet trouwens, ze zijn allemaal zo lief, als ik hier uitkom is het echt aan hen te danken hoor.’
Even later kwam de goddelijke jonge broeder het zuurstof gehalte in haar vinger meten. Ze keek me triomfantelijk aan. ‘Zie je kind, die jongen vergeet niks. En wat moet dat allemaal wel niet kosten hè? Niets is te gek. Moet je kijken kind, de modernste apparatuur.’
Na een half uur non-stop tegen me aanpraten, begon ze vermoeid te raken en ging het praten soms wat hijgend. Na mijn vraag of ze nu misschien een beetje moe werd, verklaarde ze dat het best nog ging, maar af en toe deed ze wel even haar ogen dicht.
Voor mij een mooi moment om afscheid te nemen. Tot volgende week tante.

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.