17-05-2012 Hits:152 Boekenworm
Eva Krap

Het enige wat Chloe Saunders wil is een normaal leven met haar vrienden. Wanneer ze op school een paniekaanval krijgt, belandt ze in een instituut voor kinderen met gedragsproblemen, Lyle...
Read more17-05-2012 Hits:268 Testing for Banger Sisters
Nancy Walburg

Soms heb je zin in bonbons, zomaar, omdat ze zo lekker zijn. Daarvoor zou je eigenlijk naar een speciaalzaak moeten zou je denken, maar niets is minder waar. Elvee brengt...
Read more16-05-2012 Hits:185 Testing for Banger Sisters
Nancy Walburg

Inmiddels zijn ze niet meer weg te denken bij Testing for Banger Sisters, de W.I.C lakjes van Herôme. Ook nu is het weer tijd voor een nieuwe limited edition. Deze...
Read more

We kunnen op sommige plaatsen weer schaatsen. Met de nodige angst dacht ik terug aan mijn schaatscarrière. Het begon met de bekende onderbindertjes. Deze twee ijzeren staven bond je zo onder je schoenen en dan ging je vol goede moed het ijs op. Een meter vooruit, onderuit, weer proberen op te staan, weer onderuit, weer opstaan, een halve meter schaatsen, weer onderuit. Tja, het schort dus nog een beetje aan mijn evenwicht, maar dapper zette ik door.
Ik kan me de dag nog goed herinneren dat ik weer een poging wilde ondernemen. Ik had net één voet op het ijs gezet toen ik een onheilspellend gekraak hoorde. Niets van aantrekken, dacht ik nog. Het ijs kraakt altijd en er is nog nooit iets gebeurd. Mis gedacht, want een minuut later stond ik tot aan mijn knie in een ijsbad en huilde om mijn moeder.
Een paar jaar later werden de onderbinders ingeruild voor een stel echte kunstschaatsen. Alle meisjes in mijn klas maakte er de prachtigste pirouettes op of schaatsten weg alsof er niets aan de hand was. Dat zou ik ze wel even nadoen. Mijn eerste pirouette was ook meteen de laatste. Ik zette me af om de draai te maken en ik moet eerlijk bekennen dat ik inderdaad een paar rondjes gedraaid heb. Maar remmen was ook niet mijn sterkste kant en na een rondje of tien werd ik zo duizelig en raakte zo dusdanig in paniek dat ik me op het ijs liet vallen. Dit leverde leedvermaak op van de jongens uit mijn klas, waaronder ook de jongen waar ik in stilte verliefd op was. Ik barstte in tranen uit en dat was niet eens van de pijn, ook al dacht iedereen dat. Het was pure schaamte en frustratie dat het mij niet lukte.
De paar jaar erna heb ik geen schaats meer aan mijn voet gehad. Ik weigerde me nog een keer zo voor schut te zetten. Tot mijn vader aan kwam zetten met een paar noren. Dit gebaar kon ik toch moeilijk in de vuilnisbak deponeren, dus ik waagde het er weer op. Deze schaatsen waren een hele openbaring voor mij. Voor het eerst kwam ik een heel stuk verder dan een meter voordat ik ten val kwam. Zelfs remmen lukte me langzaam aan steeds beter. In gedachte waande ik me al de tweede Rintje Ritsma en ik vloog over het ijs. Ik begon te lachen en kreeg er zowaar voor het eerst plezier in. Dit vonden de mensen dus zo leuk eraan! Het gevoel alsof je over het ijs zweeft, alsof je voeten geen onderdeel meer zijn van je lichaam (kan ook komen door de snijdende kou, daar ben ik nog steeds niet uit) en je krijgt er een enorme boost van. Elke dag vloog ik over het ijs alsof de duivel me op de hielen zat.
Toch kwam er een fataal moment. Ik had de waanzinnig slimme neiging om niet naar het ijs te kijken en zag daardoor de boomstam niet die uit het ijs stak. Het moment dat mijn voet (schaats) in aanraking kwam met dit object vergeet ik dan ook nooit meer. Ineens vloog ik door de lucht en voor ik goed en wel besefte wat er gebeurde, kwam ik met een harde klap op het ijs terecht. Werkelijk alles deed zeer, mijn jas was gescheurd en mijn vinger sloeg dubbel. Ik heb vijf minuten lang voor me uit zitten staren. Omstanders vroegen me hoe het ging, maar ik kon geen woord uitbrengen. Al mijn oude ervaringen flitsten aan me voorbij. Mensen begonnen zich nu toch wel zorgen te maken. Zou ik een shock hebben? Ineens werd ik woest. Ik rukte de veters los en gooide de schaatsen over het ijs. Mijn gescheld moet in de hele buurt te horen zijn geweest, maar het kon me niets meer schelen. Mijn schaatscarrière was vanaf die dag ten einde.
Maar goed, deze week kunnen wij weer schaatsen. Ik niet, ik kijk wel uit. Maar dat begrijp je vast wel. Toch kan ik het niet laten en zijn de onderbinders voor mijn zoon een feit. Hopelijk heeft hij niet mijn genen geërfd wat betreft evenwicht en motoriek. En ook niet de genen om constant blunders te begaan. Hopelijk schaatst hij de sterren van de hemel en zal de geschiedenis zich niet herhalen. Maar wat er ook gebeurt, ik zal hem thuis opwachten om zijn vingers en tenen warm te wrijven tot er weer enigszins gevoel in zit. Want zelf vond ik dat het mooiste van schaatsen. Hoe erg het ook geweest was, mijn moeder ving me thuis altijd liefdevol op met haar warmte en aandacht.