En hier lig ik dan weer voor mijn tweede chemo. Met stevige vertraging in afgelopen weken.
Genoeg lees- en puzzelwerk bij me om de tijd te doden. Ik verveel me heus niet. Nooit eigenlijk. Ik kijk telkens simpel om mij heen. Praat met mensen en prijs mij gelukkig dat ik toch maar weer een eeuwige bofkont ben. Tenminste zolang de eeuwigheid duurt.

Jawel, een bofkont. Wat netter geformuleerd: een geluksvogel.
Wat weken geleden heb ik geschreven over mijn eerste chemo. Zo’n dertig uur bijna non-stop aan het infuus, inclusief overnachting. Krijg ik totaal onverwacht allerlei hartperikelen en lig ik twee weken op cardiologie. Gebeurt niet zomaar omdat ik pijn aan mijn grote teen heb. Achteraf hebben de artsen geconcludeerd dat de gebruikte medicamenten voor mij niet de meest ideale zijn geweest. Zowel van invloed op mijn nieren als mijn hart.
Voel ik mij dan toch een bofkont? Tuurlijk, daardoor zijn er toch wat sluimerende hartperikelen aan het licht gekomen waarvoor ik inmiddels ben behandeld. Op eenzelfde manier hebben ze ook in een heel vroeg stadium bij toeval dat kankergezwel ontdekt en operatief ingegrepen. Voor je het weet, zijn er jaren voorbij en valt er niks meer aan te redden. Wat wil een mens nog meer?

Nu drie dagen zonder overnachting alles bij elkaar zo’n tien uur aan het infuus. Keurig verdeeld over die paar dagen en met aangepaste medicatie. Cytostatica, tegen kanker dus en nog wat ander spul. Klinkt al heel wat vriendelijker dan zo’n marathonligging. Ik lig er dan ook nu zeker helemaal relaxed bij, in gedachten totaal niet bezig met kanker. Vorige keer totaal geen puf om wat dan ook te schrijven en nu lig ik wat te violen en schrijf ik dit stukje. Simpel, op mijn smartphone. Een heerlijk gevoel en dat doet mij goed. Half oktober krijg ik mijn derde chemo. Laat maar komen; ik voel mij in meer dan goede handen. Ook daardoor staat de winnaar van dit gevecht vast. Dat ben ik!

Op mijn columns van de laatste weken over kanker heb ik veel, heel veel reacties gehad. Meestal per mail, vaak heel persoonlijk en indringend. Mensen die precies begrijpen wat ik bedoel en hun eigen verhaal kwijt willen. Dat doet een mens best wel goed. Ik heb een luisterend oor en reageer uiteraard altijd. Niet alleen omdat ik zelf kanker heb maar omdat ik het fijn vind om andermans verhalen te horen en met hen ook daarover te praten. Zo mogelijk een hart onder de riem. Ik lees en luister met belangstelling, ook omdat ik het onderwerp meer bespreekbaar wil maken. Praat er toch gewoon over! Niet alleen voor mijzelf maar vooral ook daarom schrijf ik er over. Wat is dan mooier dan te luisteren naar wat mensen bezighoudt? Gewoon, aandacht en misschien wel een helpende hand. Niet alleen voor die ander maar wederzijds. Prachtig.

Aan puzzelen kom ik vandaag niet meer toe. Wat een geklooi om op een smartphone een stukje te schrijven. Maakt niet uit. De tijd vliegt voorbij en over een uurtje ben ik weer thuis. Ik twijfel of ik tegen mijn vrouw zal zeggen dat ik nergens zo goed word verzorgd als in het ziekenhuis.

Kan ze wel hebben.
Ons kent ons.

 


Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundels Vis op vrijdag en Ik hengel maar wat!

written by

5 comments on “Met frisse moed”

  1. hoi Rob, weer een positief stuk, ik bewonder de manier waarop je met je ziekte en bijbehorende behandelingen omgaat.
    Wat je schrijft over in gesprek gaan met andere kankerlijders ( dit klinkt wel erg banaal, maar weet dat je het hebben kan, het beestje bij de naam noemen ) is gedeelde smart of liever herkenning. Luisteren naar elkaar geeft wederzijds respect en vertrouwen. Gedeelte smart….weet je wel.
    In mijn werk heb ik gemerkt dat de meeste mensen met kanker het prettig vinden als er open en direct wordt gecommuniceerd.
    Zoals je weet ben ik ook een lijder maar dan aan andere vervelende kwalen waarvoor ik ook elke mnd tot aan het eind van de eeuwigheid, zoals jij het zo mooi schrijft, in het EMC lig aan het infuus. Tijd om te puzzelen , te lezen o.i.d. heb ik niet omdat ik me te beroerd voel, of ondanks dat in gesprek raak met medelijders en dat doet goed, zo goed. Van elk iemand steek je weer wat op of je kunt iideen hart onder de riem steken van iemand die het fff niet meer zo ziet zitten.
    Wat ik niet fijn vind is het alleen thuiskomen, ik heb geen thuisfront dat zorgt of vraagt hoe het met me gaat. Soms komt dat hard aan, maar dan is er weer Max, mijn lieve labrador van 13,5 jr die haarfijn mijn situatie in de smiezen heeft en niet van mijn zijde wijkt. Dan voel ik me een rijk mens.
    Iets wat ik bij jou ook voel
    Hou je haaks met een lieve groet, dimph

  2. Aan beide heren. Aan ziekte geen gebrek zou ik zo zeggen. Ik kan daarover van 0 jaren meepraten. En terwijl de ene na de andere gezonde het loodje legt,ben ik inmiddels 60 en vader van twee kinderen. Een dochter van 32 en een zoon van 8. Dat ben ik dus. Ziek ben ik niet. Ik heb inmiddels wel 13 serieuze aandoeningen van NAH,vaardigden tot een depressie tgv teveel pijn. Maar zijn? Nee. Ik ben veel meer dan dat. Een verwondering . En het leven blijft zich elke dag laten zien. Aan mij de opdracht om wakker te blijven. Moet de laatste heer wel gelijk geven. Zo zonder de dynamiek van een gezin is het een stuk lastiger. Ofschoon mijn zoontje grotendeels bij me woont. Dus Rob. Hulde aan je gezin. Stay strong guts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.