Heel vaak krijg ik mailtjes van lezers.
Zij lezen mijn columns waarin ik over doodgewone dingen schrijf. Meestal met een serieuze boodschap maar altijd met een glimlach. Er klinkt regelmatig in door dat ik ook zelf een depressie heb. Natuurlijk, ik ben chronisch depressief en dat heeft nogal wat invloed op mijn dagelijkse leven. Dag in, dag uit. Al jaren. Dat lees je dus ook in mijn stukjes, anders zou ik mijzelf niet zijn.
Hun vraag: wil je eens wat meer schrijven over jouw eigen depressie?

Mijn eigen depressie.
Die begint ergens in de periode dat ik langdurig werkloos raak. Een slag in de rondte solliciteren, netwerken, bedrijfsbezoeken, re-integratiebureaus en noem maar op. De “ondersteuning” die ik krijg van UWV. Ik versta onder ondersteuning wat anders. Ik zeg verder niks; ik heb er zelf gewerkt.

Ik heb het over de jaren vanaf 2003. Ik ben net 51 en voel mij jong, energiek. Ik kom niet meer aan de bak. Volstrekt gedesillusioneerd, gefrustreerd, mijn doel in het leven kwijt. Mij bekruipt het gevoel dat “de maatschappij” mij inmiddels helemaal vergeten is. Ik kan het maar niet accepteren. Dat is nog wel het moeilijkste geweest in heel mijn leven. Niet kunnen accepteren. Van de ene op de andere dag tel ik niet meer mee. Ik hoor er niet meer bij.
De vragen dringen zich op. Wat kan ik? Waarom ben ik er nog? Niemand zit meer op mij te wachten. Ik verlies niet alleen mijn zelfvertrouwen maar ook mijn zelfrespect. Wil ik er nog wel zijn? Wie ben ik? Wat wil ik en wat kan ik? Dat soort vragen dus. Die houden mij alsmaar bezig.
Daarmee begint de ellende. Ja, die tijd is ellendig en dat zal heel lang daarna niet veranderen.

Ik hou niet meer van gezelligheid. Dat soort afspraken ga ik dus vermijden; het worden er steeds meer. Dat vermijdingsgedrag wordt alsmaar erger.
Diep van binnen wil ik natuurlijk wel maar het gaat vaak niet meer. Ik blijk niet bij machte te zijn om dat te veranderen. Dat doet pijn maar ook pijn went. Ik leer ermee leven.
Het is inmiddels al jaren geleden dat ik nog eens heerlijk heb gelachen. Gewoon, spontaan; zoals ik altijd ben geweest. Ik weet niet eens meer hoe dat voelt. Het zijn nog slechts herinneringen. Ik ga steeds meer vereenzamen. Ik sluit mij af van mijn omgeving. Drukte om mij heen kan ik niet meer verdragen. Ik wil alleen maar rust. Als ik een boek lees, als ik schrijf. Alleen maar rust.
Het gaat allemaal heel geleidelijk aan, geruisloos. Zelf zie ik dat niet meer; mijn omgeving des te beter. Achteraf zal ook ik het pas zien en bouw ik langzaamaan mijn eigen leven weer een beetje op. Zoals ik dat kan en wil. Stap voor stap. Ik begin er weer een beetje in te geloven.

Ik ben een gevoelsmens maar in die rotjaren begin ik ook dat deel van mijn eigen ik uit te schakelen. Ik verloochen mijn eigen identiteit. Begrijpen doe ik het niet maar ik doe het wel.
Steeds vaker reageer ik volstrekt apathisch op wat mij normaal in hart en ziel zou raken. Het interesseert mij allemaal niet meer. “Dat boeit mij niet” wordt zo langzamerhand een standaardopmerking. Ik herken mijzelf niet meer.

Inmiddels leef ik mijn eigen levensverhaal. Al langere tijd weer met een optimistische blik op het leven. Dat verhaal lees ik niet meer maar ik leef het wel.
Dag in, dag uit. Mijn eigen leven.

Iedere dag een glimlach. Voor mijzelf en voor een ander.
Een sprankje hoop dat ik ooit weer helemaal mijzelf zal zijn.
Zoals ik altijd was en ook wil zijn.

Dat is mijn eigen depressie.



Uiteraard lees je alles over Rob zijn eigen depressie in de autobiografie Van werkloos tot depressief.

Van werkloos tot depressief is ook rechtstreeks bij Rob te bestellen; je betaalt dan geen verzendkosten. Voor meer informatie of bestellen kijk op de website:  www.robvanspanje.nl

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.