Nog even en dan zijn de Olympische Spelen 2016 in Rio voorbij.
Allah- of godzijdank zijn ze verlopen zonder terroristische aanslagen.
Het is niet alles goud wat blinkt?
Ik denk daar anders over.

Iedere deelnemer aan dit wereldtoernooi verdient een blinkende medaille nog voordat hij of zij in Rio ook maar iets heeft gepresteerd. Kleur maakt niet uit; in mijn ogen blinkt het allemaal. Vele honderden topatleten al achter zich gelaten. Zij plaatsten zich niet; jij was beter.
Alle topatleten die we te zien krijgen zijn al vele jaren bezig om zich voor te bereiden op deze Spelen. Vier jaar, acht jaar of veel langer. Vaak vanaf hun jeugd. Jarenlang dag in dag uit trainen voor enkele dagen in die paar weken. Het gaat alleen maar om die luttele momenten waarop iedere atleet moet pieken en de hele wereld naar hen kijkt.
Het scheelt tienden, honderdsten en zelfs duizenden van seconden: wel of geen medaille.

Iedere deelnemer aan de Olympische Spelen stelt een eigen doel.
De een gaat alleen maar voor goud, een ander wil in ieder geval een podiumplaats. Een volgende vindt het prima als ie bij de eerste tien eindigt; een ander vindt alleen het meedoen al geweldig!
Podium of niet: alle deelnemers hebben er al die jaren minstens even hard voor getraind. Het enige dat wij te zien krijgen is wat de camera’s ons willen laten zien. En natuurlijk die eindstand. Ben je niet bij de eerste drie? Iedereen is je al gauw vergeten. Je levert een topprestatie en letterlijk binnen één minuut sta je voor de camera. Live in beeld terwijl je je eigen emoties nog moet verwerken. Daar ben je als atleet contractueel toe verplicht.

Ik wacht op de vraag: “Je werd vandaag derde, wat ging er mis?”
Wat er mis ging? Die atleet werd godverdomme derde! Derde van de hele olympische wereld!
Maakt niet uit. Meteen de camera erop, microfoon onder de neus en in een paar minuten een atleet proberen helemaal door te zagen: dat is pas nieuws! Natuurlijk, ook dat is journalistiek maar voor mij mag het wel een tandje minder. De menselijke maat wordt weleens uit het oog verloren.
Precies datzelfde beeld vanuit de studio. Ex-sporters geven deskundig commentaar bij de beelden, maken prima analyses. Toppie! En dan komt weer die onvermijdelijke vraag vanuit het pluche van de presentator: wat ging er mis…..? Schei uit met die onzin!

Yuri van Gelder. Komt meer in de schijnwerpers te staan dan hij ooit had durven dromen. De manier waarop is een ander verhaal. Nederland splijt in tweeën bij de vraag of hij al dan niet terecht is uitgesloten van verdere deelname. Naar huis gestuurd en mist de finale. In- en intriest voor de hele sportwereld dat er een rechter aan te pas moet komen.

Dafne Schippers. Op topsnelheid bereikt zij 10.75 m/ps.
Ik probeer het mij voor te stellen. Onze woonkamer is ruim 10 meter lang en daar raast zij dus in één seconde doorheen!? In die ene seconde (!) zet zij 4,8 passen; daarna zie ik alleen nog haar rugnummer. Zappen duurt langer. Dit gaat mijn voorstellingsvermogen te boven; het is haast bovenaards.
Commentaar: Dafne werd slechts vijfde…..
Zilver op de 200 meter: eentiende seconde verwijderd van goud. Dafne baalt en kan er niet van genieten. Haar doel is enkel goud. Even later is zij er toch geweldig trots op. En terecht. Wat een topvrouw!

Sanne Wevers. Turnen op de balk: 5 meter lang en 10 centimeter breed. Jawel, 10 centimeter.
Ongelooflijk als ik al haar capriolen zie. Ik weet niet eens meer hoe ze allemaal heten; helemaal tureluurs. Als enige van alle deelnemers maakt zij nog met ogenschijnlijk speels gemak een drievoudige pirouette. Alles tot in de perfectie. Goud!
De prestaties van al die andere individuele sporters.
Ik ga hen niet noemen, het zijn er te veel.

Genieten ook van de teamsporten.
Handballen: vanuit alle hoeken en standen scoren; vaak onwaarschijnlijk hoe in een flits van een seconde een miniscuul gaatje wordt ontdekt in de verdediging en daar die bal nog in krijgen ook. Razend knap.
Volleybal: van hetzelfde laken een pak. Als kijker is het puur genieten.

Hockey. Spelen met zo’n lullig klein balletje. Ik twijfel: is het alleen maar goochelen of toch toveren? Razendsnel, die techniek. Ik snap het niet.
Damesteam tegen Duisland; eindstand 1-1. Shoot-outs: zenuwslopend.
Ben je van nature geen nagelbijter: je wordt het vanzelf in die laatste minuten als je geen stalen zenuwen hebt. Nederland raakt ogenschijnlijk hopeloos achter. Close-up van de coach, de wanhoop nabij, moedeloos. Een paar minuten later zie ik tweeëntwintig paar ogen vol tranen. De helft van geluk, de andere helft van verdriet en teleurstelling. Tranen van geluk voor Oranje.

Daarna het allermooiste moment. De Duitse coach omarmt en feliciteert na de “nederlaag” voor Duitsland iedere Oranjespeelster persoonlijk (!) en aan het eind een hartelijke omarming van de Nederlandse coach. Prachtig en veel bewondering voor die man!

Ook zo zijn de Olympische Spelen bedoeld.


Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundel Vis op vrijdag!

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.