Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe het zou zijn als ik een vluchteling was.
Gewoon, een vluchteling. Net zoals vele miljoenen anderen.
Ik ben maar één van hen; niemand die mij kent.
Met al mijn fantasie: geen idee hoe dat zou zijn.

Soms droom ik wel eens.
Dan droom ik dat ik Nederland ben ontvlucht.
Oorlog ken ik alleen maar uit de boeken maar ik ben hier geboren en ik heb er geleefd.
Lang heb ik gedacht hier ook te zullen sterven.

Het hoeft niet meer.
Nederland, ik wil er vaak niet eens meer leven.
Het is zo bekrompen. Wat ik mis, is het gevoel om mens te kunnen zijn.
Gewoon zijn wie ik ben.
Zijn wie ik ook wil zijn.

Jawel, ik ben Nederland in mijn dromen vaak ontvlucht.
Mensen wonen hier letterlijk vaak op elkaar gepakt. Naast en boven elkaar maar elkaar kennen doen ze vaak niet. Het moet allemaal gauw, wel vlug even want ik heb geen tijd. Ik moet, ik moet, ik moet.
Ik wil het helemaal niet horen. Alle mensen hebben evenveel tijd. Ieder etmaal weer, vierentwintig uur lang. De manier waarop je die wilt besteden? Dat is en blijft jouw eigen keuze maar zeg niet dat je geen tijd hebt. Misschien ook wel tijd voor die ander?

Waar ik nu ben?
Als ik dit schrijf, zit ik wat te dromen. Het is slechts een droom.
Volslagen ontheemd, dat wel, maar mensen begrijpen mij ondanks dat ik hun taal niet spreek.
In Utopia spreekt iedereen dezelfde taal.

Ik heb hen verteld over Nederland.
Over het politieke gekonkel, over voedselbanken, sociale armoede; over mensen die geen tijd hebben voor elkaar. Desondanks ben ik hier met open armen ontvangen. Ik heb inmiddels weer geleerd wat aandacht voor elkaar betekent. Geleerd hoe medemenselijkheid altijd bedoeld is. Bijna was ik het vergeten.

In Utopia ben ik inmiddels ingeburgerd maar sinds de Nederlandse overheid weet dat ik hier in gedachten vaak woon, spaart ze kosten noch moeite om ervoor te zorgen dat ik weer terugkeer naar Nederland. Geen pardon. Desnoods komen ze mij hier weghalen. Iedere burger moet immers perse wonen in zijn geboorteland; niet zomaar met een smoesje zijn eigen land ontvluchten.
Ik wil helemaal niet maar ik moet terug!
Naar de werkelijkheid van alledag.

Die miljoenen vluchtelingen, dat is de trieste realiteit.
Ik hoop dat zij hun Utopia zullen vinden. Ver weg van al die ellende, oorlog en geweld, moord en doodslag. Hun families weer herenigd. Wellicht zullen zij ooit weer teruggaan naar het land waar zij geboren zijn, altijd hebben geleefd en ook willen sterven.

Misschien blijven zij wel en zullen zij hier hun eigen Utopia vinden.
Mijn enige wens is dat wij ook zonder woorden elkanders taal zullen spreken. Gewoon: begrip, luisteren naar elkaar en helpen als dat nodig is. Openstaan voor integratie in onze samenleving en hen daarbij een helpende hand bieden; in woord en daad. Tijd hebben we genoeg.

Iedere vluchteling is er slechts één van de vele miljoenen.
Diep respect voor al die vrijwilligers die ook die ene vluchteling als mens behandelen.
Voor hen is dit de harde realiteit.
Al die mensen die naar Nederland willen, en ik wil weg.
Hoe raar zit onze wereld in elkaar.

Utopia blijft ook voor mij slechts een droom.

 


Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundel Vis op vrijdag!

written by

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.