Ik stam nog uit de tijd dat de basisschool gewoon lagere school heet.
Jongens strikt gescheiden van meisjes. Er is in die tijd dan ook een aparte lagere school voor jongens en voor meisjes. Die laatste staat in mijn dorp onder het gezag van een non uit het plaatselijke klooster. Wel een zeer vooruitstrevende non, dat moet gezegd.
Dat ontdek ik pas als ik vele jaren verder ben.

Ook onze jongensschool herbergt alleen maar leerkrachten met een rooms-katholieke achtergrond. Maar toch een beetje emancipatie? Zelfs een juffrouw vertoont immers ook in die tijd al vele jaren ten behoeve van dat mannelijke grut in wording haar jaarlijkse pedagogische act. Ik krijg les van haar in het eerste jaar. Bij haar leer ik lezen en schrijven. Een dame en beroepshalve ongehuwd. Wij kennen haar als de juffrouw van de post. Bij haar thuis zetelt een postkantoortje.
Zij draait haar programma en wacht op haar pensioen. Categorie erfenis uit het verleden. Ook zij voedt ons op. Het lot treft ieder mens.

Mooie herinneringen heb ik aan die ouderwetse lagere school.
Mijn klasgenoten van destijds kan ik bijna allemaal nog voor de geest halen. Een aantal van hen is inmiddels overleden. Ik sta er bij stil en kijk alweer vooruit. Zo zal het leven altijd zijn.

Ik ga regelmatig naar het ziekenhuis; meestal met een taxi voor zorgvervoer vanwege wat tijdelijke loopproblemen.
Een aantal keren tref ik een taxichauffeur die een oud-klasgenoot van mij blijkt te zijn. Jawel, van die ouderwetse lagere school. Wij kletsen wat af en het is puur genieten als hij een enkele keer moet omrijden om nog een andere klant op te halen. Wij zijn oud-dorpsgenoten en dan komen al die herinneringen bovendrijven. Heerlijk. Ik vul aan wat hij niet meer weet en andersom. Ik zou bijna wensen dat ik wat vaker naar het ziekenhuis mag.

Zelf heb ik nog wel wat foto’s van vroeger maar die staan ergens op een zorgvuldig bewaard negatief. Wie weet nog wat een negatief is? Wil ik ze nog eens zien, moet ik al die negatieven gaan napluizen. Ik heb altijd gezegd dat ik dat nog een keer ga doen als ik ge(pre)pensioneerd ben. Dat ben ik intussen; ik moet het nog altijd doen en ik weet nu al dat ik dat nooit ga doen.

Lou, de taxichauffeur, stuurt mij oude klassenfoto’s.
Ik herken mijn oud-klasgenootjes vrijwel allemaal. Ook zij die inmiddels zijn overleden. Dan voel ik mij weer bevoorrecht: ik leef.
In gedachten scan ik bij al die jongens weer het beeld zoals zij altijd op mijn netvlies gebrand waren en zullen blijven. De deugnieten en kwajongens, een enkele dombo, de lachebekjes en lolbroeken en de toch wat serieuzere typetjes.

Als je mij nou achteraf vraagt bij welke categorie ik destijds behoor?
Een serieuzer type met duidelijke trekjes van een lolbroek.
Het is kennelijk nooit anders geweest.
Wil ik graag zo houden.

 

Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundel Vis op vrijdag!

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.