Een arts is een arts. Of toch niet?
In de weken waarin ik in het ziekenhuis ben, passeren er heel wat de revue. Enkele tientallen. Ze zijn er in alle soorten en maten, al dan niet met hun eigen specialisme. Het zijn gewoon mensen zoals jij en ik die het knutselen aan het menselijk lichaam tot hun beroep hebben gekozen.
Regelmatig hoor ik wel eens mensen zeggen: Je moet het maar net treffen met de arts die jou gaat behandelen. Is dat zo?

Als het over de ervaringen van patiënten met artsen gaat, kun je zo een blik met vooroordelen opentrekken. Jongere artsen zijn beter dan oudere, vrouwen zijn altijd een betere arts dan mannen; de rest kun je zelf verzinnen.
Voor patiënten die zoiets vinden is dat waarschijnlijk ook zo omdat ze kennelijk die ervaring hebben. Het blijft je reinste onzin om dergelijke ervaringen meteen te poneren als stelling die in het algemeen opgeld zou doen. Het is slechts een ongenuanceerd generaliserende constatering, gebaseerd op enkele persoonlijke waarnemingen. Vooroordelen dus waar ik een godsgruwelijke hekel aan heb. Ze blijken slechts van waarde voor degenen die erin geloven. Het zij zo.

Gelukkig heb ikzelf uitsluitend positieve ervaringen met artsen van divers pluimage: jong, oud, man, vrouw. Met de ene arts is er een betere klik dan met een andere. Ik betrap mij erop dat ik de artsen van tegenwoordig steeds jonger vind. Net uit de luiers en dan al arts. Nou ja, zoiets. Komt uiteraard alleen omdat ikzelf al de nodige levenskilometers op de teller heb staan.
Aan de deskundigheid van artsen twijfel ik geen moment. Wat ik het belangrijkste vind is dat artsen mij niet alleen behandelen als patiënt maar ook als mens. Empathie. Ik moet in ieder geval merken dat ze goed luisteren naar mijn eigen verhaal en gevoelens en daar iets mee doen. De arts is er voor mij en niet andersom. Bovendien wens ik niet behandeld te worden als een dossier of een kleuter maar als mondig persoon met eigen gevoelens. Als mens ben ik een gelijkwaardig gesprekspartner.

Een van de eerste artsen waarmee ik te maken krijg, is de revalidatiearts.
Zij luistert aandachtig naar wat ik vertel, pikt de voor mij belangrijke krenten eruit en zet een aantal processen tegelijkertijd dan wel keurig aansluitend aan elkaar in gang. Bovendien zet zij enkele activiteiten die er op dat moment niet zo toe doen stop. Kan altijd nog.
Op eigen houtje had ik dat nooit zo snel en goed onderling afgestemd kunnen bereiken.

Via haar kom ik ook in aanraking met een psychiater. Van hetzelfde laken een pak: zeer analytisch, meteen naar de kern van mijn problemen en hup, actie. Bovendien is hij zeer zakelijk en zegt met weinig woorden heel veel. Hou ik wel van. Liever dan gesprekken waarvan je na afloop nog slechts het gevoel overhoudt van een mislukt theekransje. Diezelfde dag nog is er een kamer voor mij gereserveerd en begint de therapie met bijhorende medicatie waar ik op dat moment hard aan toe ben.

Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis tref ik het bovendien met de zaalartsen die geregeld even langs komen. Een van die artsen stuurt mij voor andere klachten dan waarvoor ik ben opgenomen meteen door naar een poli, waarvan ik als patiënt nooit het bestaan had kunnen vermoeden. Een week later ga ik al gelukkig onder het mes.
Na de operatie dreig ik om volstrekt onduidelijke redenen te worden overgeplaatst naar een andere afdeling. Niemand van het verplegend personeel kan mij duidelijk maken waarom en hoelang ik daar zal liggen. Ik voel mij als een kind behandeld en pik het niet. Ik eis een gesprek met een arts en roep de hulp in van een andere zaalarts, die mij en mijn dossier door en door kent. Zij luistert naar mij, bemiddelt en bereikt dat ik weer lekker terug kan naar de afdeling waar ik mij thuis voel. Ik had haar om de hals willen vliegen maar dat schijnt in de relatie arts-patiënt niet gebruikelijk te zijn. Ook een derde zaalarts volgt nadien nauwlettend de voortgang met vervolgactiviteiten, zit als een bok op de haverkist en koppelt zeer regelmatig naar mij terug. Ik word ook nu weer tenminste serieus genomen.

Al met al is mijn verblijf in het ziekenhuis zeer prettig verlopen, mede dankzij de artsen. Het vertrouwen in hun deskundigheid hadden ze en hebben ze.
Hun houding naar mij als mens? Zo hoort het ook. Ben ik nou zo’n geluksvogel die toevallig een paar witte raven heeft getroffen? Mwah. Heb ik op het juiste moment de juiste artsen getroffen? Dat zeer zeker maar dat zegt totaal niets over de kwaliteit en het inlevingsvermogen van andere artsen.

Laat ieder vooral voor zichzelf beoordelen wat ie van een arts vindt.
Bevalt het niet? Praat erover met degene die het betreft.
Vaak ligt daarin al de basis voor een fijne samenwerking.

Artsen staan niet op een voetstuk; het zijn gewoon mensen.
Zoals jij en ik.

 


 

Meer columns van Rob van Spanje? Lees zijn bundel Vis op vrijdag!

written by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.